Brede Doeluitkering

Realiseren van infraprojecten kost geld

Om grote verkeer- en vervoerprojecten te realiseren is geld nodig. Dat is niet altijd voor handen. Daarom is in 2005 de wet Brede Doeluitkering (BDU) opgezet. Deze wet moet ervoor zorgen dat verkeer- en vervoerbeleid op regionaal vlak samenvallen met het beleid op landelijk gebied.

Wat valt onder de Brede Doeluitkering?

Vanuit deze Brede Doeluitkering worden onder meer de volgende onderdelen bekostigd:

  • de exploitatie van het openbaar vervoer. Dit omvat het stads- en streekvervoer, de spoorlijnen MerwedeLingelijn (Dordrecht - Geldermalsen) en Gouda - Alphen aan den Rijn en het Collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV)

  • het verbeteren van de halte-toegankelijkheid

  • het verbeteren van de sociale veiligheid van het openbaar vervoer

  • projecten op het gebied van Duurzaam Veilig (zowel infrastructuur als gedragsbeïnvloeding)

  • vervoermanagement

  • projecten van lokale wegbeheerders ten behoeve van de regionale infrastructuur


De decentrale overheden (provincies en stadsregio's) krijgen vanuit het Rijk de ruimte om zelf binnen de regels van de BDU vast te stellen welke projecten in aanmerking komen voor een dergelijke uitkering.


Projecten die uitstijgen boven een bedrag van € 112,5 miljoen (€ 225 mln voor grote stadsregio's) kunnen door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat worden gesubsidieerd via het MIRT.

Meer informatie

Bij de documenten vindt u de eerder vastgestelde Bestedingsplannen BDU (2005-2006 / 2007 / 2008) en de bijbehorende aanvraagformulieren. Ook is het mogelijk om informatie over de verantwoording van door de provincie toegekende subsidie vanuit de Brede Doeluitkering te bekijken.


Met vragen kunt u terecht bij het secretariaat van de afdeling Verkeer en Vervoer, telefoon: 070 441 77 99.

|
terug naar boven
Internet site Provincie Zuid-Holland