- Startpagina
- Thema's
- Milieu
- Handhaving
- » Sanctiebesluiten
Sanctiebesluiten
De provincie heeft de mogelijkheid bestuursrechtelijk op te treden voor de naleving van vergunningvoorschriften bij bedrijven en bedrijfsactiviteiten waarvoor zij bevoegd is,. Ook kan de provincie optreden als bedrijven activiteiten uitvoeren die illegaal zijn.

Bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen
Bij overtredingen van wet- en regelgeving kan de provincie een last onder dwangsom opleggen. In de dwangsombeschikkingen staat voor elke geconstateerde overtreding een bedrag genoemd. De hoogte van dat bedrag staat in verhouding met de overtreding en het mogelijke voordeel dat het bedrijf met die handelingen heeft. De last onder dwangsom vermeldt het te verbeuren geldbedrag per keer dat een overtreding is vastgesteld en een maximumbedrag per soort overtreding. Zodra het maximumbedrag is verbeurd, neemt de provincie de situatie opnieuw in overweging. Is de overtreding nog niet ongedaan gemaakt, dan volgt meestal een nieuwe last met hogere bedragen.
Een ander bestuursrechtelijk middel betreft ongedaan maken van de overtreding op kosten van de overtreder, dat noemen we toepassen van bestuursdwang. Het zwaarste middel is intrekken van de vergunning, waardoor de activiteit gestopt moet worden of het bedrijf gesloten.
Hoorbrief
Voor de provincie overgaat tot een bestuursrechtelijk handhavingstraject ontvangt de overtreder eerst een hoorbrief. Daarin krijgt de overtreder gelegenheid zijn zienswijze te geven over de constateringen van de provinciale milieu-inspecteur(s). De zienswijze moet binnen een redelijke termijn (meestal twee weken) schriftelijk of mondeling worden ingediend. De provincie betrekt de zienswijze bij het besluit over het soort handhavingstraject.
Dwangsombesluiten
Het dwangsombesluit is een middel om naleving van regels af te dwingen.
Tegen een dwangsombessluit bestaat de mogelijkheid voor belanghebbende(n) (gemotiveerd) bezwaar te maken bij Gedeputeerde Staten. Hiervoor geldt een termijn van zes weken. Een ingediend bezwaar stelt de werking van het dwangsombesluit niet uit. Wel kan de belanghebbende schorsing van het besluit aanvragen bij de rechtbank of de Raad van State, afhankelijk van de aard van de zaak.
De wettelijke beslistermijn op een bezwaar is maximaal 14 weken. Voor een beroepszaak geldt geen wettelijke afhandelingstermijn.
terug naar boven