Ruim anderhalf miljoen voor boerenlandvogels

Gepubliceerd op 23 april 2020



Er komt anderhalf miljoen voor het verbeteren van de leefgebieden van boerenlandvogels in onze provincie. Natuur- en landbouworganisaties kunnen dit geld gebruiken om terreinen vogelvriendelijk in te richten. De laatste jaren gaat het helaas in het hele land slecht met onder andere grutto, patrijs, kievit en veldleeuwerik en de provincie Zuid-Holland wil daar iets aan doen.

Het tij keren

Gedeputeerde Natuur Berend Potjer: “Dit is goed voor mensen en natuur. Ons landschap dreigt steeds minder gevarieerd te worden. Maar variatie is voor weidevogels erg belangrijk. Door graslanden meer kruidenrijk te maken, worden ze weer aantrekkelijker. Bovendien worden de gronden ook minder gevoelig voor droogte. Gelukkig willen veel grondeigenaren samen met ons daar aan werken. Deze subsidieregeling helpt hen daarbij op weg.”

Plasdras

Naast het kruidenrijker maken van graslanden, kunnen natuur- en landbouworganisaties in Zuid-Holland de subsidie ook inzetten om bijvoorbeeld het waterpeil aan te passen aan de behoeften van boerenlandvogels. Steeds meer boeren zijn bereid om een deel van hun percelen (tijdelijk) te vernatten, waardoor de voor vogels belangrijke ‘plasdras’-terreinen ontstaan.

Impuls in corona-tijden

De maatregelen worden in de zomer en het vroege najaar (periode 15 juli – 15 oktober) uitgevoerd. In de winter is het vaak te nat, en in het voorjaar broeden de weidevogels en mogen ze niet verstoord worden. Bijkomend voordeel is dat de uitvoering van de maatregelen werk oplevert voor (Zuid-Hollandse) aannemers, die als gevolg van de beperkingen rond het corona-virus mogelijk minder opdrachten hadden.

Actieplan Boerenlandvogels

De middelen die nu vrijgemaakt worden komen voort uit het Zuid-Hollandse Actieplan Boerenlandvogels dat de provincie in het voorjaar van 2019 heeft vastgesteld. In het plan staan concrete maatregelen beschreven om de achteruitgang van weidevogels en vogels van akkers en bollenvelden te stoppen. Naast vernatting en het inrichten van kruidenrijk grasland hoort daar ook het verminderen van de hoeveelheid mest op weilanden en akkers bij. Verder worden op diverse plekken in Zuid-Holland zogenoemde weidevogelkerngebieden ingericht op grond van de provincie. In deze gebieden wordt speciaal rekening gehouden met de behoeften van weidevogels.