Gemeentefinanciën in Zuid-Holland onder druk

Gepubliceerd op 18 december 2020



Gemeenten hebben steeds meer moeite om een sluitende begroting op te stellen. Dat komt voor een groot deel door de financiële tekorten in het sociaal domein. Hier bovenop komen de gevolgen van de coronacrisis, waarvan nog niet altijd helder is hoe groot die zijn en of het Kabinet ze volledig compenseert.

In Zuid-Holland betekent dit dat in 2021 Delft om financiële redenen onder verscherpt (preventief) financieel toezicht wordt geplaatst. Delft werkt aan een herstelplan waarover de provincie in het voorjaar met de gemeente zal praten. Nadat GS het herstelplan hebben goedgekeurd zal het preventieve toezicht worden beëindigd. De gemeente Vlaardingen stond onder verscherpt (preventief) toezicht. Dat zal in 2021 niet meer het geval zijn. Vlaardingen komt dan onder regulier (repressief) toezicht.

Daarnaast zijn Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne onder preventief toezicht geplaatst omdat zij betrokken zijn bij een gemeentelijke herindeling. Dit zogeheten Arhi-toezicht is bij wet geregeld en is erop gericht dat gemeenten geen besluiten nemen met nadelige financiële gevolgen voor de nieuw te vormen gemeente.

Kabinet

De provincie trok eerder al bij het Kabinet aan de bel over de financiële positie van gemeenten. De financiële situatie van de Zuid-Hollandse gemeenten is vergelijkbaar met die in andere provincies. Om die reden slaan de 12 provincies de handen ineen om vanuit hun toezichthoudende rol samen naar het Rijk op te trekken voor verbetering van de gemeentelijke financiële huishouding.

Onderzoek in Zuid-Holland

De mogelijkheden voor gemeenten om structureel middelen vrij te maken voor het sociaal domein raken uitgeput. De provincie maakt zich ook zorgen over de mogelijkheden die gemeenten hebben om met eigen geld en beleid bij te sturen. Daarom doet Zuid-Holland onderzoek naar de beleidsvrijheid van gemeenten binnen het sociaal domein. Voorafgaand aan dit onderzoek is een quick scan uitgevoerd naar de financiële ontwikkelingen in de afgelopen jaren. Hieruit blijkt dat gemeenten al inteerden op hun eigen vermogen, meer geld moeten lenen en op diverse taakvelden minder zijn gaan uitgeven. Gemeenten bezuinigen noodgedwongen op basisvoorzieningen. Voor grote maatschappelijke opgaves en transities zijn onvoldoende middelen beschikbaar.

Financieel toezicht

Ondanks de financiële knelpunten slaagden nagenoeg alle gemeenten erin niet onder verscherpt toezicht geplaatst te worden. Dit komt onder andere doordat het Kabinet de zogenaamde opschalingskorting opschortte. Daarnaast kon een aantal gemeenten de verkoopopbrengsten van Eneco aandelen inzetten. Hiervoor zijn landelijke kaders in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) versoepeld. Voor de kortere termijn geeft dit wat lucht, maar uiteindelijk zullen gemeenten structurele oplossingen moeten vinden voor de weggevallen jaarlijkse dividendinkomsten en de terugkerende opschalingskorting.

Na het vaststellen van de begrotingen zag het er voor een aantal gemeenten nog niet goed uit. Veel gemeenten zouden onder preventief toezicht geplaatst moeten worden. Die gemeenten en de provincie zochten samen naar oplossingen. De provincie gaf gemeenten de gelegenheid na 15 november, de wettelijke aanleverdatum van de begroting, nog aanvullende besluiten te nemen. Dit is ongebruikelijk, maar op deze manier konden de meeste gemeenten alsnog onder het reguliere toezicht vallen. Uiteraard zal de provincie deze gemeenten blijven bijstaan in hun zoektocht naar verdere structurele oplossingen en zal de provincie de financiële positie van deze gemeenten op de voet blijven volgen.