Kennisprogramma voor toekomstbestendig boeren in het Groene Hart

Gepubliceerd op 30 januari 2020



Zuivelfabriek De Graafstroom, zuivelcoöperatie DeltaMilk, Waterschap Rivierenland, Rabobank, Wageningen University en Research en de provincie Zuid-Holland starten een kennisprogramma over toekomstbestendig ‘boeren’ in het Groene Hart. Daarbij is aandacht voor thema’s als waterpeil, broeikasgassen, biodiversiteit en verdienmodellen.

Gedeputeerde Adri Bom-Lemstra maakte tijdens een bezoek aan Zuivelfabriek De Graafstroom kennis met het programma. De vragen die in het programma centraal staan: wat zijn de gevolgen van maatregelen zoals waterpeilverhoging, het vastzetten van het waterpeil, het onder water zetten van grasland of het toevoegen van water aan de bodem via buizen in de grond? Wat zijn de effecten hiervan voor het landgebruik, de natuur en nieuwe verdienmodellen voor de veehouderij? Hoe zorgen we ervoor dat er minder CO2, lachgas of methaan vrijkomt door de afbraak van het veen? Wageningen University en Research coördineert het programma. De veehouders van zuivelcoöperatie Deltamilk in de Alblasserwaard leveren de lokale kennis. Het kennisprogramma ontvangt van de Topsector Agri & Food, de provincie Zuid-Holland, De Graafstroom, de WUR en de Rabobank een totaalbijdrage van €840.000 in de periode 2020-2022.

Vermindering broeikasgassen

Een belangrijjk doel van het kennisprogramma is het realiseren van een vermindering van de broeikasgassen. In de huidige situatie komt er door bodemdaling jaarlijks per millimeter 2,26 ton CO2 vrij per hectare veenweide. Dit komt ruwweg overeen met 20% van de uitstoot van het autoverkeer in Nederland. Daarnaast komt er ook lachgas en bij veenafbraak onder water, ook methaan vrij. Beiden zijn sterkere broeikasgassen dan CO2. De partners onderzoeken of ze door het toevoegen van water aan de bodem via buizen de bodemdaling kunnen terugbrengen van 10 tot 15 millimeter per jaar naar 4 tot 5 millimeter per jaar. En daarmee dus een enorme vermindering van de broeikasgassen realiseren. Bij het onder water zetten van grasland vermindert de uitstoot waarschijnlijk nog meer. En is misschien zelfs nieuwe veenaangroei mogelijk, waardoor de partners de bodemdaling kunnen keren. Het kennisprogramma gaat verder mogelijke verdienmodellen met CO2-credits onderzoeken. Bedrijven die hun uitstoot willen compenseren, doen dit nu door bijvoorbeeld extra bomen te planten. Via dit soort CO2-credits investeren ze dan in minder uitstoot uit het veengebied. Daarnaast onderzoekt het programma verdienmodellen rond extra baten door meer natuur of meer kruidenrijk grasland.

Groene Cirkels

Het kennisprogramma is een onderdeel van de Groene Cirkel Kaas en Bodemdaling. Dit is een netwerk van bedrijven, kennisinstellingen en overheden die werken aan toekomstbestendige, duurzame landbouw. Afzonderlijk hebben de partners niet de instrumenten of de middelen om de gedroomde duurzame transitie te verwezenlijken. Gedeputeerde Adri Bom-Lemstra: “De provincie bouwt met Groene Cirkels coalities rondom grote maatschappelijke vraagstukken, zoals hier bodemdaling en de overgang naar duurzame landbouw. Alleen samen met de boeren, bedrijven, kennisinstellingen en andere overheden lukt het om passende en gedragen oplossingen te vinden.” Raymond Noordermeer, Algemeen Directeur van Zuivelfabriek De Graafstroom: “Het programma biedt een unieke kans om gezamenlijk oplossingen te vinden voor de vraagstukken die hier spelen. Tegelijkertijd kunnen we zo nieuwe verdienmodellen ontwikkelen die bijdragen aan een toekomstbestendige melkveehouderij in het veenweidegebied.”


Op de foto van links naar rechts: Bob Houtkamp, opdrachtgever Groene Cirkels, Raymond Noordermeer, directeur Zuivelfabriek De Graafstroom, Adri Bom - Lemstra, gedeputeerde land- en tuinbouw en Henk van der Wind, voorzitter bestuur DeltaMilk