Uitstoot Chemours nog meer beperkt

Gepubliceerd op 6 juni 2019



De provincie Zuid-Holland past de vergunning van Chemours opnieuw aan, omdat er geschikte technieken zijn om de uitstoot van fluorkoolwaterstoffen bij het chemiebedrijf verder terug te dringen. Om de uitstoot sneller te kunnen verlagen wil de provincie niet afhankelijk zijn van lopende aanvraag voor een revisievergunning van Chemours zelf.

Vorig jaar heeft DCMR Milieudienst Rijnmond namens de provincie een ingenieursbureau gevraagd een studie te doen naar de technische en economische haalbaarheid van het verminderen van de uitstoot van organische fluorverbindingen door Chemours. Volgens de studie kan het bedrijf met geavanceerde technieken per 2024 de uitstoot van diverse organische fluorverbindingen waaronder perfluorisobuteen (PFIB) naar lucht en water kosteneffectief met gemiddeld 99% terugdringen. De stoffen worden gebruikt als koelmiddel in koelkasten en airconditioning.

Als de vergunning wordt aangepast nemen de emissies naar de lucht van de GenX-stoffen FRD-903 en E1 per 1 januari 2020 met 95% af en per 1 januari 2021 met 99% af ten opzichte van de jaarvrachten die nu vergund zijn. Voor diverse andere organische fluorverbindingen zoals PFIB wordt de vergunde emissie per 2024 gemiddeld met circa 99% verlaagd. GenX-stoffen worden gebruikt voor de productie van Teflon™, bekend van de anti-aanbaklaag in pannen en andere coatings.

Vanaf 6 juni kan iedereen 6 weken op de nieuwe ontwerpvergunning reageren. De DCMR Milieudienst Rijnmond verwacht namens Gedeputeerde Staten in het najaar een definitief besluit te nemen.

Vergunning eerder aangepast

Eind vorig jaar is de vergunning van Chemours ook aangepast. De indirecte lozing van de GenX-stof FRD-903 naar het oppervlaktewater werd toen verder verlaagd naar maximaal 140 kg per jaar in 2019 en naar maximaal 20 kg per jaar vanaf 2021. In 2017 heeft de provincie de emissies naar de lucht en water van de GenX-stoffen ook al verlaagd.


Volg @zuid_holland op Twitter