Gezamenlijk doelen vaststellen essentieel bij aanpak bodemdaling

Gepubliceerd op 23 november 2020



“Het gaat er vooral om dat we de doelen voor de aanpak van bodemdaling samen met de betrokken partijen in het gebied opstellen,” zei Adri Bom-Lemstra, gedeputeerde Gezond en Veilig. Ze zei dit in een panelgesprek met prominenten van o.a. het Rijk, de Unie van Waterschappen en de Deltacommissaris tijdens het Nationaal Bodemcongres ‘Bodemdaling in Beweging!’ Het congres werd dit jaar gehouden in Fort Wierickeschans Bodegraven.

Helder doel

De panelleden gingen onder leiding van Inge Diepman in op de vraag of een sterke sturing met een wettelijk kader al dan niet wenselijk is. Vanuit het Rijk werden de Novi en de Omgevingswet als potentiële dragers gezien, maar niet noodzakelijkerwijs met harde instrumenten zoals de Raad voor de Leefomgeving die bepleit. Deltacommissaris Peter Glas koos er net als Bom-Lemstra vooral voor om de doelen centraal te stellen. “Het helpt om nationale doelen te verankeren.” Algemene overeenstemming was er over de noodzaak om integraal te werk te gaan. “Het kan niet zo zijn dat ik de ene week over stikstof kom praten en de andere week over CO2,” zei Bom-Lemstra. Zij benadrukte dat de agrariërs waarmee zij in gesprek is vooral duidelijkheid willen. “Geef me een helder doel”, dat is wat me vaak wordt gevraagd.”

Innovatieve kracht

In een poll werd gepeild hoeveel procent we bodemdaling in het landelijk gebied denken te hebben kunnen remmen in 2030. 50, 75, 100 procent of helemaal niets. Het vertrouwen van de deelnemers om in 2030 al veel te bereiken, was niet heel groot. “We beginnen natuurlijk niet bij nul; er gebeurt al veel. We zijn bezig met onderwaterdrainage, waterinfiltratie en proeven met natte teelten in de Hoogwaterboerderij en het Veenweiden Innovatiecentrum”, lichtte Bom-Lemstra toe. “Ik zie heel veel innovatieve kracht bij agrariërs, dus kansen zijn er zeker.” Ze vertelde over proeftuinen met natte gewassen die dienst kunnen doen als bouwmaterialen. “Hoe mooi zou het zijn als we met bouwmaterialen die hier zijn gegroeid huizen kunnen bouwen en isoleren? Dat geeft nieuwe kansen, zowel voor de bouwsector als voor de agrariërs.”

Groene steden

Water was een terugkomend thema op het congres. En de verschuiving is ingezet; waar het vroeger over teveel water ging, was het nu gekanteld naar te weinig. Vanuit de waterschappen werd de zorg uitgesproken dat vernatten (te?) veel water kost. “Zoetwater, wat steeds schaarser wordt,” zei Sjaak Langeslag van Hoogheemraadschap Rijnland. “We moeten het water vasthouden”, stelde Glas, “met de opvang van regenwater wordt de stad een spons en werken we aan aangename, leefbare steden.” “Meer groen toevoegen in de stad, hoe gaaf is dat?”, viel Bom-Lemstra hem bij. En in dit wenkende perspectief konden alle sprekers zich goed vinden.