Voortvarende start voor innovatieve broedplaats Unmanned Valley

Gepubliceerd op 5 november 2020



Unmanned Valley, het fieldlab voor drones en andere sensorgerelateerde innovaties op voormalig marinevliegkamp Valkenburg, heeft een voortvarende start gemaakt. Ondanks de coronacrisis hebben inmiddels diverse bedrijven de weg naar de broedplaats gevonden. Verdere ontwikkeling is nodig, maar een stevige basis is gelegd. Dat blijkt uit de eerste Unmanned Valley Monitor.

Sinds 2012 werkt de provincie samen met het Rijksvastgoedbedrijf en gemeenten Katwijk en Wassenaar aan een nieuwe bestemming voor het voormalige marinevliegkamp Valkenburg. Het gebied wordt omgevormd tot werk-, woon-, en recreatiegebied. Circa 5 hectare is bedoeld voor de ontwikkeling van Unmanned Valley, met zowel bedrijfsruimten als een testveld van 500 x 500 m. Bedrijven en kennisinstellingen kunnen hier werken aan innovatieve oplossingen met drones en sensoren. Denk aan het opsporen van illegale activiteiten binnen Natura 2000-gebieden, het spoedeisend transport van medische goederen of de inspectie van offshore windturbines. De provincie heeft hiervoor circa €800.000 beschikbaar gesteld. De ontwikkeling van Unmanned Valley wordt in 2023 geëvalueerd, waarna wordt besloten over eventuele voortzetting. In de tussentijd wordt de voortgang gemonitord.

Bedrijfsruimten gevuld

Het eerste voortgangsrapport laat zien dat – ondanks de coronacrisis – de ontwikkeling van Unmanned Valley ‘gewoon’ is doorgegaan. Het fieldlab lijkt te voorzien in behoefte van bedrijven. Medio 2020 is 3.000 m2 bedrijfsruimte beschikbaar gekomen en eerder dan verwacht al vrijwel volledig gevuld met bedrijven. De volgende fase met 1.700 m2 wordt naar verwachting binnenkort gerealiseerd. Er zijn inmiddels 9 bedrijven met 74 personeelsleden op Unmanned Valley gevestigd, een veelvoud van eind 2019, en meer ligt in het verschiet. Ook zal het ROC Amsterdam zich binnenkort op het terrein vestigen.

Kansen voor innovatie

Het rapport doet ook aanbevelingen, bijvoorbeeld op het gebied van de bedrijvenpopulatie en samenwerkingen tussen de gevestigde bedrijven. Het lijkt echter nu nog te vroeg om daar conclusies over te trekken. Gedeputeerde Adri Bom-Lemstra (Economie en Innovatie): “Bedrijven zijn nog bezig met opstarten, en er worden nog nieuwe ondernemers en onderzoekers op het terrein verwacht. De diversiteit aan bedrijven en vestiging van kennisinstellingen bieden kansen voor nieuwe samenwerkingen. Dat is de basis voor innovatie. We kunnen nog niet achterover leunen, en moeten rekening houden met de gevolgen van de coronacrisis, maar de eerste resultaten laten het belang van dit fieldlab zien.”