Minder vliegen, minder met de auto, meer met de trein in de Eurodelta

Gepubliceerd op 2 november 2021


Mensen in de Eurodelta moeten gestimuleerd worden om meer met de trein te reizen en juist minder met het vliegtuig en de auto. Daarnaast moeten voertuigen schoner worden. Zo worden de Europese duurzaamheidsdoelstellingen behaald, gaat de CO2-uitstoot naar beneden en verbetert de luchtkwaliteit in de steden. Dat stellen onderzoekers van ESPON in opdracht van overheden die nauw samenwerken in de Eurodelta: het gebied dat ligt op Nederlands, Belgisch, Frans en Duits grondgebied, grofweg in de driehoek Amsterdam –Lille - Keulen.

Van luchtvaart naar treinverkeer

De eerste beleidsmaatregel die de onderzoekers aanbevelen gaat over het invoeren van een verbod op vliegverkeer over een afstand van minder dan 500 kilometer binnen het Eurodelta-gebied. In plaats daarvan kan er met hogesnelheidstreinen worden gereisd. Vooral het milieueffect kan groot zijn: hiermee kan 2,5% van het Europese doel voor CO2-reductie in de hele Europese Unie worden behaald.

Meer zero emissie zones

De tweede beleidsmaatregel die de onderzoekers adviseren gaat over uitstootnormen. Er dient te worden gekeken naar de soorten voertuigen en uitstootnormen in steden met meer dan 100.000 inwoners in de Eurodelta. Deze afstemming draagt bij aan een gelijk speelveld voor steden. Ook maakt deze maatregel het makkelijker voor reizigers en vervoerders om over de grens te reizen als in alle steden dezelfde regels gelden. Met deze maatregel is 20% reductie van CO2, NOx en PM10 in de Eurodelta mogelijk.

Mobility as a Service

De derde beleidsmaatregel gaat over het vergroten van het aanbod van Mobility as a Service (MaaS) in de Eurodelta. Met MaaS kunnen reizigers alle vervoermogelijkheden plannen, boeken en betalen in één app. De overheid kan ervoor zorgen dat hiermee deelmobiliteit aantrekkelijker en laagdrempeliger wordt en het autogebruik afneemt. Wat MaaS duurzamer kan maken is het aanbod van openbaar vervoer, het creëren van smart mobility hubs (plekken waar verschillende vervoermogelijkheden samenkomen) en het ontsluiten van data van verschillende aanbieders. Uit het onderzoek blijkt dat deelmobiliteit in combinatie met een metrosysteem kan zorgen voor 40% CO2-reductie.

Van wegverkeer naar spoorvervoer

De vierde beleidsmaatregel gaat over een verschuiving van weg- naar spoorvervoer voor grensoverschrijdend reizigersvervoer. Met name het regionale grensoverschrijdende treinvervoer op de verbindingen Rijn-Waal, Rijn-Schelde en Lille-Brussel kan beter. Dit zijn verbindingen die vaak voor woon-werkverkeer worden gebruikt. Bij verbeteringen valt te denken aan: betere reisinformatie, het makkelijker kunnen boeken van tickets en het beter ontsluiten van data tussen verschillende vervoerders. De grensoverschrijdende samenwerking is hier een uitdaging omdat treinvervoer en infrastructuur op dit moment worden georganiseerd door nationale of regionale instanties en worden gecontroleerd door nationale autoriteiten.

Samenwerken aan duurzame bereikbaarheid

Het onderzoek is een initiatief van 10 stakeholders binnen de Eurodelta: de provincie Zuid-Holland, gemeente Den Haag, gemeente Amsterdam, de provincie Gelderland, Regionalverband Ruhrgebiet, Metropolregion Rheinland, Vlaanderen, Project Gentse Kanaalzone, Brussel en Metropole Lille. De tussentijdse onderzoeksresultaten staan op: www.espon.eu/sustainable-transport. Daar worden naar verwachting in december 2021 ook de eindresultaten en aanbevelingen gepubliceerd.