Vestiging sportwinkels buiten stadscentra terecht geweigerd

Gepubliceerd op 28 oktober 2020



De provincie Zuid-Holland heeft terecht ontheffingen geweigerd voor het vestigen van Decathlon buiten de centra van Schiedam en Den Haag. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van woensdag 28 oktober.

De Raad van State vindt het aannemelijk dat de sportwinkels op de beoogde locaties zullen leiden tot het verdwijnen van winkels in het centrum van de gemeenten en daarmee tot een merkbare invloed op en leegstand en leefbaarheid in die stadscentra.

Gedeputeerde Anne Koning (Ruimtelijke Ordening): ”Fijn dat er nu helderheid is en dat de Raad van State deelt dat de komst van de sportwinkels op de bedrijventerreinen een “merkbare invloed” op de winkelcentra heeft. Het provinciaal uitgangspunt is om de vitaliteit, kracht en aantrekkelijkheid van centra te bevorderen en te versterken door detailhandel zoveel mogelijk daar te vestigen. Dat houdt de winkelgebieden levendig.”

De Raad van State stelt in haar uitspraak ook dat het rechtsgevolg van de eerder door Gedeputeerde Staten afgegeven reactieve aanwijzingen niet langer in stand blijft. Dit betekent dat de betrokken gemeentebesturen de besluiten tot vaststelling van delen van de bestemmingsplannen die waren getroffen door de reactieve aanwijzingen direct bekend moeten maken. Daarmee zouden in principe de sportwinkels planologisch gezien tóch weer zijn toegestaan. Maar het is niet waarschijnlijk dat deze bestemmingsplannen in een juridische procedure dan de eindstreep zullen halen. Vestigingen van Decathlon buiten de stadscentra zijn immers in strijd met regels van de provincie Zuid-Holland, zoals is bepaald in de uitspraak van vandaag.

Lange voorgeschiedenis

De vraag of Decathlon zich op de betreffende locaties in Schiedam en Den Haag mag vestigen, speelt al sinds 2014. De gemeente Schiedam heeft destijds ontheffing aangevraagd voor een vestiging op het Hargaterrein en Den Haag deed dat voor Forepark Rhône. De provincie heeft die ontheffingen niet verleend omdat de provincie vond dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken.

Uitgangspunt van het provinciale beleid is dat detailhandel zich moet concentreren in bestaande winkelgebieden. Zo blijven centra compact en levendig en wordt leegstand voorkomen. Uitzonderingen zijn er voor winkels die grote producten verkopen zoals auto’s of meubels en die niet goed inpasbaar zijn in de winkelcentra. Volgens de betreffende gemeenten is dat laatste ook het geval voor het winkelconcept ‘try and buy’ van Decathlon. Daarom zijn zij in beroep gegaan bij de Raad van State om het besluit van de provincie ongedaan te laten maken. De Raad van State stelt in haar uitspraak dat Gedeputeerde Staten in redelijkheid heeft kunnen aantonen dat het ‘try and buy’-concept niet uniek en innovatief is om ontheffing te verlenen. Er is geen sprake van een ruimtelijke ontwikkeling met een zodanig belangrijk innovatief karakter om af te wijken van het geldende beleid dat detailhandel die qua aard of omvang van de aangeboden goederen inpasbaar is in de centra deze buiten de centra te vestigen.

Eerder heeft de Raad van State al geoordeeld dat de detailhandelsregeling in de provinciale verordening in lijn is met de Europese Dienstenrichtlijn.