Woningeigenaar bepaalt bij aardgasvrije woning

Gepubliceerd op 4 april 2018



In opdracht van de provincie onderzocht CE Delft wat de kosten zijn en welke prikkels helpen om de warmtetransitie te laten slagen. Want uiteindelijk kiest de woningeigenaar voor andere woningverwarming.

Gedeputeerde Han Weber heeft dinsdag 3 april 2018 namens de opdrachtgevers (Alliander, Enexis, Ennatuurlijk, Gasunie-GTS, Nuon, provincie Zuid-Holland, Stadsverwarming Purmerend, Stedin), de studie van CE Delft aan Diederik Samsom overhandigd tijdens de bijeenkomst van de sectortafel gebouwde omgeving. Diederik Samsom geeft leiding aan de sectortafel gebouwde omgeving, 1 van de 5 sectortafels, ingesteld door het kabinet om tot een nieuw Energie/Klimaatakkoord te komen.

Han Weber: "Als provincie werken we er hard aan om de energietransitie zo soepel mogelijk te laten verlopen, bijvoorbeeld door de inzet van onze warmteregisseurs voor de gemeenten en onze deelname aan de warmtealliantie Zuid-Holland voor de aanleg van een warmtetransportleiding door onze provincie”.

Iedereen van gas los

In 2050 zullen alle 7 miljoen woningen en 1 miljoen niet-woningen van het aardgas af zijn. Daarvoor gaan vanaf nu ruim 250.000 woningen/gebouwen per jaar over op een andere manier van verwarmen. CE Delft onderzocht wat de kosten zijn en welke incentives nodig zijn om die warmtetransitie werkelijk te laten plaatsvinden. Want uiteindelijk bepaalt de woningeigenaar zelf hoe en wanneer hij of zij kiest voor andere woningverwarming.

Het moet aantrekkelijk worden voor gebruikers van een woning/gebouw (huurders, eigenaar/ bewoners) om het aardgas voor verwarmen te vervangen door all-electric warmtepompen, CO2-neutraal gas of (collectieve) warmtelevering, inclusief eventuele aanpassingen aan woning/gebouw en installaties. Zolang er geen businesscase is voor klimaatneutraal verwarmen, komt de energietransitie naar CO2-vrije verwarming in de gebouwde omgeving niet op gang. Dit is de belangrijkste belemmering, naast het feit dat een deel van de eigenaren en huurders geen investeringsruimte heeft en/of de hogere jaarlijkse lasten niet kan dragen. Dit oplossen met socialisering van de netkosten is geen oplossing. Het echte probleem is het gebrek aan een aantrekkelijke klimaatneutrale optie.

Een andere vorm van vereffening is wel zinvol om de transitie op gang te brengen. Dit kan het beste door de CO2-emissie zodanig te gaan beprijzen (zodat aardgas circa €1 per m3 zal gaan bedragen) dat klimaatneutrale opties goedkoper worden, maar omdat snelheid geboden is en de prijsverhoging niet in één keer kan, kunnen de inkomsten gebruikt worden voor tijdelijke subsidie voor isolatie, zuinige installaties en warmtelevering. In 2050 zullen de energieleveranciers verplicht worden om alleen nog CO2-vrije energie (warmte, gas, elektriciteit) te leveren.

Daar waar collectieve warmtelevering tot de goedkoopste optie leidt, is aanvullend een aanwijsbevoegdheid nodig van gemeenten en netbeheerders om wijk voor wijk het gasnet weg te halen en een warmtenet aan te leggen.

Op dit moment is er ongelijke concurrentie en zijn alle opties om klimaatneutraal te verwarmen duurder dan verwarmen met aardgas.

Figuur 1 laat zien dat de gemiddelde meerkosten van klimaatneutraal verwarmen €1.000 per huishouden per jaar zijn, berekend op basis van de laagste maatschappelijke kosten per buurt. In elke buurt is berekend welke optie het goedkoopste is, dat verschilt sterk per buurt door lokale omstandigheden (wel/niet goed geïsoleerde woningen, mogelijke warmtebron, dichtheid van bebouwing, etc).

Mogelijke incentives

In principe zijn 4 incentives denkbaar die de landelijke overheid kan inzetten om klimaatneutraal verwarmen aantrekkelijker te maken dan verwarmen met aardgas:

  • Beprijzing huidige CO2-emissie door verhoging van de energiebelasting op aardgas, (stapsgewijs en vooraf aangekondigd, waardoor aardgas circa €1 per m3 gaat kosten) zodat klimaatneutrale opties goedkoper worden dan aardgas. Dit geeft veel keuzevrijheid om die optie te kiezen die het beste past.
  • Subsidiëring van elke klimaatneutrale verwarmingsoptie zodat deze even duur is als verwarmen met aardgas. De energiekosten stijgen niet, de kosten komen voor rekening van de belastingbetaler.
  • Aanwijsbevoegdheid voor gemeenten om de aardgasvoorziening in buurten te staken zodat energiegebruikers verplicht moeten switchen. De gemeente bepaalt de verwarmingsoptie tegen de laagste maatschappelijke kosten.
  • Verplichting voor energieleveranciers om klimaatneutrale energiedragers te leveren. De geleverde energie (gas, elektriciteit en warmte) is CO2-vrij, de kosten zijn voor de energiegebruiker.

Elke incentive kent (tijdelijke) nadelen en niet elke incentive kan op zichzelf het doel realiseren, dus zal een in de tijd gedifferentieerde mix van deze 4 incentives nodig zijn.


Volg @zuid_holland op Twitter