Bio-energie




Bio-energie is een onderdeel van de bio-economie. Daaronder verstaan wij een economie die zo hoogwaardig mogelijk gebruik maakt van biomassa.

De verwaardingspiramide laat zien dat biomassabestanddelen idealiter een cascade doorlopen. Als hoogwaardigere toepassingen zijn uitgeput wordt de biomassa vergist of verbrand. Dat resulteert in transportbrandstoffen of – nog een stap lager – in warmte of elektriciteit. Cascadering heeft vergaande consequenties voor de energieproductie. Als de winning van groene bouwstoffen voor de chemie lonend gemaakt kan worden dankzij de benutting van reststoffen voor energiewinning, dan is dat prima. De provincie wil alleen geen wegen inslaan die de winning van bruikbare stoffen voor andere doeleinden afsnijdt.

bio

Afbeelding 1. Verwaardingspiramide voor biomassa

We moeten een onderscheid maken tussen grootschalig gebruik van biomassa door de bulkchemie en kleinschaliger gebruik van lokale stromen (zoals tuinafval, bermmaaisel, mest en andere agrarische reststromen).

Groene bulkchemie

De Rotterdamse haven is een logische vestigingsplaats voor biobased bulkchemie, omdat hier grote volumes biomassa uit het buitenland goedkoop kunnen worden aangevoerd. We zullen in Rotterdam dan ook steeds meer grootschalige bioraffinage zien. Te beginnen met houtstromen waar lignine en suikers uit gehaald worden (zie het rapport dat het Kernteam versterking industriecluster Rotterdam/Moerdijk, onder leiding van oud-Shell-topman Rein Willems, in het voorjaar van 2016 heeft opgeleverd).

Lokale stromen

Ook voor lokale stromen bestaat de wens om biomassa zo hoogwaardig mogelijk te gebruiken. Helaas is het huidige aanbod van kleine stromen daarvoor nog te divers van samenstelling. De provincie wil stimuleren dat lokale stromen beter gaan aansluiten op de vraag naar uniforme reststromen vanuit de chemie en industrie. Hiertoe gaan wij nauwer samenwerken met waterschappen en landbouworganisaties.  Verder gaat de provincie onderzoeken welke rol reststromen van het weg- en natuurbeheer daarbij kunnen spelen. Wat er overblijft aan biomassa dient gebruikt te worden voor lokale energieopwekking. Daarbij gaat het in hoofdzaak om plantenresten, mest en slib.  Biovergisters spelen een hoofdrol bij de verwerking van deze reststromen tot groen gas. Daarnaast wil de provincie (mede) op biomassa gestookte warmtenetten stimuleren. Wij stellen vanuit het energiefonds geld beschikbaar om innovaties op het gebied van lokale energieproductie sneller commercieel toepasbaar te maken.

Teelt van biomassa

Soms wordt biomassa speciaal geteeld voor energiewinning. De rol van de provincie houdt dan vooral verband met de ruimtelijke consequenties. De provincie wil de experimenteerruimte die de Visie Ruimte en Mobiliteit biedt, meer gaan benutten voor deze toepassing. Wij willen onderzoeken of de ruimtelijke kwaliteit van grote open ruimten zich laat verenigen met de teelt van biomassa voor gebruik als grondstof en de winning van energie. Mogelijk liggen hier ook kansen voor het stimuleren van het toerisme. In dit verband is relevant dat het inklinken van veen zorgt voor extra CO2-uitstoot. Als we dat proces kunnen stoppen en tegelijkertijd biomassa produceren, ontstaat dubbel rendement.

Bio-economie en energie

Het begrip bio-economie hangt samen met de begrippen ‘biobased’ economie en circulaire economie. Op het hoogste abstractieniveau wordt gesproken over circulaire economie. Dat is een economisch systeem dat de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen maximaliseert en waardevernietiging en het ontstaan van afval minimaliseert door gedeeld gebruik, hergebruik, reparatie, renovatie en opwerking. Het circulaire systeem kent twee kringlopen van materialen:
1. Een biotische kringloop, waarin organische stoffen worden gebruikt en waarin reststoffen na gebruik terugvloeien in de natuur of op een andere manier worden ingezet.
2. Een technische, abiotische kringloop, waarvoor anorganische producten zo zijn ontworpen dat deze op kwalitatief hoogwaardig niveau opnieuw gebruikt kunnen worden of zo efficiënt mogelijk weer als grondstof kunnen dienen.

De bio-economie omvat alle sectoren van de samenleving die biomassa (plantaardige grondstoffen en dierlijk materiaal) produceren en verwerken. Daarvan vormt de biobased economie een deelverzameling. Hier gaat het om het innovatief gebruik van biomassa buiten de voedselproductie om. Dus niet om de traditionele productie van bijvoorbeeld hout, papier en karton. De biobased economie omvat de productie van (fijn)chemicaliën, medicijnen, cosmetica en (bouw)materialen. Er is een nauw verband met energie, aangezien biomassaresiduen uiteindelijk volgens het cascaderingsprincipe weer ingezet worden voor de opwekking van energie.

circulaire economie