Ruimte geven aan transitie




Ruimte geven aan transitie

De vierde strategie van de energieagenda betreft de verandering van de inrichting en beleving van de ruimte in Zuid-Holland. Niet alle nieuwe energie hoeft op eigen grondgebied opgewekt te worden. Herkomst van zee of elders is ook goed. Geleidelijk worden we wel meer zelfvoorzienend.

Productie, distributie en opslag van duurzame energie hebben hun invloed op de ruimte door hun verschijningsvorm en de fysieke plek die ze innemen. Daarnaast is er indirect ruimtebeslag, vanwege bijvoorbeeld de wettelijke normen voor geluid en slagschaduw bij windturbines. De druk op de ruimte en het maatschappelijke draagvlak voor veranderingen in het landschap maakt de energietransitie tot een belangrijk maatschappelijk vraagstuk.

De vraag is hoe we de transitie ruimtelijk accommoderen en Zuid-Holland zo inrichten dat er een goed energiesysteem ontstaat. Als ‘regisseur van de ruimte’ hecht de provincie belang aan een zorgvuldige afweging tussen energiebelangen en de ruimtelijke kwaliteit. Voor een slimme en snelle transitie, is een ruimtelijke strategie en een bijbehorend afwegingskader nodig. Behalve kennisdelen met onze partners is daarbij aan de orde:

  • De mate van ruimtelijke sturing en detailniveau passend bij de rol van de provincie.
  • Bundeling en spreiding. In het nieuwe energielandschap waar energie op andere plaatsen wordt opgewekt dan gebruikt, is een goede aansluiting op de nieuwe energie-infrastructuren van belang. Ook vanuit ruimtelijk perspectief zijn er argumenten om winningslocaties te bundelen of te spreiden. In de komende periode werken we aan een visie voor de verschillende vormen van opwekking en opslag. Wat zijn wenselijke en kansrijke locaties, gezien de ruimtedruk, ruimtelijke kwaliteit en het energiesysteem?
  • Landelijk versus stedelijk gebied. In het stedelijk landschap wordt veel energie gebruikt en kan ook veel energie worden opgewekt, denk alleen al aan het enorme oppervlak daken met potentie voor zonnepanelen en -collectoren. Daarom staat de inrichting van de klimaat-adaptieve stad bij de provincie hoog op de Energieagenda.
  • Korte-termijndoelen versus de lange-termijnopgaven in het licht van de afspraken in Parijs. De doelen tot 2020 passen grotendeels in ons huidig ruimtelijk beleid. Voor de doelen na 2020 zullen we verkennen wat er op de langere termijn verandert en (nu) nodig is. Wat betekent de energietransitie voor het Zuid-Hollandse landschap? Welke ruimtelijke strategieën zijn er nodig om onze ruimte slim, aantrekkelijk en duurzaam in te richten?

Het bestaande kader is de Visie Ruimte en Mobiliteit.

Wat staat er op de agenda?

Verkennend onderzoek energielandschappen

De productie en het gebruik van duurzame energie wordt in Zuid-Holland opgeschaald. Wat betekent dat voor het benutten en inrichten van de ruimte? Met ‘ontwerpend onderzoek’ zoeken we op de ruimtelijke kaart van Zuid-Holland naar de kansen, mogelijkheden en dilemma’s die gepaard gaan met de energietransitie en het behoud van ruimtelijke kwaliteit. Daarbij maken we graag gebruik van soortgelijk onderzoek dat nu in verschillende regio’s wordt gedaan naar de energie-opgave en de ruimtelijke betekenis daarvan. Er zullen uitgangspunten worden opgesteld aan de hand waarvan voorstellen zullen worden beoordeeld.

Ateliers ruimte en energie

In ontwerpateliers leggen we komend jaar samen onze regionale partners en kennisinstellingen de basis voor een ruimtelijke energiestrategie. We ontwikkelen hiermee een bouwsteen ruimte en energie voor de toekomstige (provinciale) omgevingsvisie. Daarbij gebruiken we onder meer de studie Zuid-Holland op St(r)oom! De ateliers maken gebruik van het verkennend onderzoek energielandschappen. In de ateliers gaan we op zoek naar de benodigde ruimtelijke strategie voor de middellange termijn. Hierbij vertalen we samen de dilemma’s uit de verkenning naar integraal beleid voor de nabije toekomst.

Debatreeks

In een debatreeks willen wij kennis delen en de ruimtelijke agenda en dilemma’s van de energietransitie scherp krijgen en mogelijke oplossingsrichtingen identificeren. Beoogde deelnemers: specialisten, pioniers, verkenners, ontwerpers, vertegenwoordigers van gemeenten en regio’s en gebruikers.