Zoeken

The Big Delta Five (BD5): Bever in zicht!




Dik 15 jaar geleden begon Deltanatuur met de omvorming van landbouwgronden naar natte natuur. Waar dat kon, werd dit gecombineerd met waterveiligheid. Bijvoorbeeld in de Biesbosch, waar grote Ruimte voor de Rivierenprojecten van stapel gingen. Een meetbaar resultaat: centimeters minder hoogwater. Maar wat schoot de natuur er mee op? Deltanatuur gaat op zoek naar The Big Delta Five (BD5), de grootste resultaten van investeren in natte natuur.

In deze uitgave de bever, als tweede in een reeks van 5 artikelen.

Leverde Deltanatuur iets op? Eerder spraken we al met Staatsbosbeheer over de zeearend die weer broedt in de Biesbosch. Ook boswachter Richard Hagendoorn van het Zuid-Hollands Landschap vindt dat deltanatuur voor winst zorgt. Zo is volgens hem de bever bezig aan een heuse opmars in het Hollandse rivierengebied en heeft hij zijn plek ook buiten de Biesbosch weten te verwerven.

Opmars

“De waarnemingen zoals die de afgelopen jaren zijn toegenomen, liegen er niet om,” weet Richard. “De bever laat zich ook steeds vaker zien, zoals in de jachthaven aan het Wantij in Dordrecht. Ook in de Brielse Maas is hij al eens waargenomen.”

In Klein Profijt bij Rhoon weet Richard zeker 2 beverburchten te vinden en mogelijk een derde. “Ook de Ridderkerkse griend telt er inmiddels 2. Een beverburcht is een groot bouwwerk dat voorzien is van meerdere uitgangen die in getijde gebied meestal op verschillende hoogtes liggen. Het is van belang dat de burcht omringd is door dieper water en zo altijd een veilig onderkomen biedt.”

Het nog altijd groeiende aantal bevers is mede het resultaat van de toename in deltanatuur en de verbetering van de waterkwaliteit. Richard: “De bever is een mooi voorbeeld van een kenmerkende diersoort voor getijdennatuur. Gaat het goed met die gebieden en wordt het areaal groter dan neemt ook de soortenrijkdom toe.”

Uitwisseling tussen populaties

Tot begin de 19e eeuw was de bever een bekende oeverbewoner in de Lage Landen. Maar door bejaging stierf hij in 1826 uit. Vanaf 1988 zijn er bevers uit het Duitse Elbegebied in ons land uitgezet en kwamen ze ook op natuurlijke wijze ons land binnen. Er is al uitwisseling geweest tussen de verschillende populaties langs de rivieren, een belangrijke stap naar het weer algemeen voorkomen van bevers in ons land.

De eerste keer dat Richard een bever zag, vergeet hij niet snel. Met een kop-romp-lengte van 70-100 centimeter is de bever het grootste knaagdier van Europa. Met zijn grote voortanden kan de bever vrijwel alle houtige gewassen doorknagen en met zijn krachtige staart is hij een goede zwemmer. “Het is werkelijk een imposant dier. Het deed mij in eerste instantie denken aan een grote zwemmende hond.”