Bevolkingsdaling




In het landelijke gebied van Zuid-Holland groeit op den duur de bevolking niet meer, maar blijft deze stabiel of neemt deze af. Om goed om te kunnen gaan met toekomstige bevolkingsdaling is bewustwording van de mogelijke gevolgen belangrijk. De provincie faciliteert dit bewustwordingstraject met het Anticipatieprogramma Bevolkingsdaling. Gemeenten zijn als eerste verantwoordelijk om maatregelen te treffen voor de gevolgen van krimp. De provincie kijkt vooral naar de bovenlokale aspecten en stimuleert bewustwording door onderzoek en communicatie.

Door bevolkingsdaling zijn er minder woningen nodig en er is meer ruimte voor groen. Maar het zorgt ook voor minder leerlingen op een school. De gevolgen van krimp kunnen boven de schaal van de gemeente uitgaan. Daarom moeten gemeenten en provincie samen de ongewenste effecten beperken en proberen kwaliteit aan een gebied toe te voegen.

In delen van het Groene Hart en de Zuid-Hollandse eilanden staneert de bevolkingsgroei nu al. Vanaf 2020 zet de bevolkingsdaling in het landelijk gebied sterker door. Dat komt door vergrijzing, ontgroening en een toenemende voorkeur van jongeren om naar de stad te verhuizen. Krimp in Zuid-Holland zal niet zo dramatisch zijn als in Noordoost-Groningen of Zuid-Limburg. De verwachte bevolkingsdaling in Zuid-Holland is relatief klein, maar de groei stopt in elk geval. Als we ons daar tijdig op voorbereiden, kunnen we de gevolgen ervan beheersen en zelfs benutten.

Gemeenten zijn als eerste verantwoordelijk om maatregelen te treffen voor de gevolgen van krimp. De provincie kijkt vooral naar de bovenlokale aspecten en stimuleert bewustwording door onderzoek en communicatie. Het accent ligt hierbij op ruimte en wonen. Ruimtelijk beleid is een kerntaak van de provincie. De gevolgen van krimp is een thema in de regionale woonvisies.