Natuur RijnlandRoute




Voor de RijnlandRoute is veel onderzoek gedaan naar de effecten op de natuur in het projectgebied.

Naar aanleiding van deze onderzoeken worden mitigerende maatregelen genomen. Dit zijn maatregelen die ervoor zorgen dat beschermde soorten ook na de aanleg van de weg kunnen blijven voortbestaan in hun leefgebied. Wanneer er geen mitigerende maatregelen kunnen worden uitgevoerd neemt de provincie compenserende maatregelen. Compenserende maatregelen zijn maatregelen die worden genomen als mitigerende maatregelen niet voldoende zijn. Vaak liggen deze maatregelen buiten het oorspronkelijke leefgebied.

Mitigerende maatregelen

Faunapassage knooppunt Ommedijk

Bij het nieuwe knooppunt Ommedijk komt een faunapassage, in de vorm van een fiets-ecotunnel. Deze tunnel zorgt ervoor dat er een plek is waar kleine zoogdieren (zoals de boommarter), amfibieën (rugstreeppad) de barrière die de A44 vormt veilig kunnen passeren en een groter leefgebied krijgen.

Broedperiode

Met de planning van werkzaamheden wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de broedperiode van verschillende vogels. Indien er wel in de broedperiode gewerkt wordt, dan wordt dat zo gedaan dat geen legsels worden verstoord.

Alternatief verblijf

Voor een aantal diersoorten worden alternatieve verblijfplaatsen gemaakt, hierbij kunt u denken aan vleermuiskasten of nestkasten voor de huismus. Voor vissen worden langs alle nieuwe watergangen een natuurvriendelijke oever gemaakt en  langs enkele watergangen een brede plasdras zone.

Compenserende maatregelen

Weidevogelcompensatie

De RijnlandRoute heeft met 5 agrarische bedrijven in de omgeving  van Leiden overeenkomsten gesloten voor de realisatie van weidevogelcompensatie. Hiervoor maakt de RijnlandRoute gebruik van de provinciale subsidieregeling natuurcompensatie Zuid-Holland. Deze vijf bedrijven zijn in het voorjaar 2016 gestart met extra inrichtings- en beheermaatregelen voor de weidevogels, zoals het uitstellen van de maaidatum tot 15 juni en het gedeeltelijk plas-dras zetten van percelen.

Bomencompensatie

In de gemeenten waar de RijnlandRoute gebouwd wordt moet ruimte gemaakt worden voor de aanleg van de weg. Voor het groen dat weggehaald wordt maakt de provincie, in samenwerking met de betreffende gemeente, een bomencompensatieplan. In het bomencompensatieplan wordt de herplant beschreven. U vindt hier de bomencompensatieplannen voor de gemeenten Leiden (24 MB), Wassenaar (4 MB) en Leidschendam-Voorburg (17 MB) en Katwijk (21 MB).

Meer informatie en een volledig overzicht van mitigerende en compenserende maatregelen vindt u in het inpassingsplan RijnlandRoute en de tracébesluiten van de RijnlandRoute.

Landschappelijke inpassing

Voor de landschappelijke inpassing van de weg worden eisen gesteld aan de ruimtelijke kwaliteit en vormgeving van de RijnlandRoute. Deze eisen zijn opgenomen in het Esthetisch Programma van Eisen (EPvE). Hier staat bijvoorbeeld in hoe de tunnelmonden en de verdiepte ligging van de weg eruit komen te zien. De bouwplannen van de aannemer moeten voldoen aan de eisen die opgenomen zijn in het EPvE. Het EPvE is opgesteld in afstemming met de gemeenten.