Speech Jaap Smit bij Statenontmoeting 2018




Toespraak van Jaap Smit, commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland, Statenontmoeting, Vlaardingen, 5 oktober 2018

Dames en heren,

Hartelijk welkom bij de 14e Statenontmoeting in de provincie Zuid-Holland.
Fijn dat u gekomen bent om elkaar en ons te ontmoeten en de banden te onderhouden en aan te halen.

Het is ons als provinciebestuur veel waard om de contacten met u te onderhouden. We hebben elkaar hard nodig in deze tijd!

First of all, a warm welcome to our foreign guests.
Thank you for joining this meeting.
Today we’re on historical grounds in the city of Vlaardingen.
It was in the year 1018 that a major battle took place in this area that laid the groundstones of Holland.
A rebellious count, with his seat here in Vlaardingen, withstood the pressure of the German emperor.
Count Dirk III, together with a group of poorly armed farmers, led the heavily armed army of the German emperor in an ambush.
This epic event led to the birth of, what we now call, Holland.
There the history of our country began.
One millennium later we are one of the wealthiest and prosperous countries in the world.
Now in the year 2018 we’re on the eve of a change of times, facing great challenges.
There’s a lot to be proud of and to take care of.
Excuse me that I will continue in Dutch by saying a few words about these challenges and the role of the province of Zuid-Holland.

Dames en heren, ik neem aan dat velen van u het gevoel kennen dat ik zelf heb. Ik ben vader van 2 kinderen, begin 30, bezig met het opbouwen van hun leven, eerste banen, start van relaties en uitzicht op hopelijk een lang en gelukkig leven.

Ik zie uit naar het moment dat zij ooit zullen komen met het bericht dat er een kleinkind op komst is en ook zij het geluk mogen proeven van het doorgeven van het goede leven.

U begrijpt: ik ben eraan toe, maar heb het niet in de hand…
Jonge mensen met een heel leven voor zich.
De wereld waarin ik ben opgegroeid staat op zijn fundamenten te schudden.

Dit is een tijd waarin optimisten nieuwe kansen zien en pessimisten bevangen worden door angst en cynisme.
Een tijd van ‘believers’ in vooruitgang en mensen die zich wanen in een avondland dat geen toekomst heeft.
Dat is een tijd van scherpe tegenstellingen zoals de geschiedenis vaker heeft laten zien in een verandering van tijdperk.
U hoort het goed, niet een tijdperk van veranderingen, maar een verandering van tijdperk.

Afgelopen weekend was ik op het mooie eiland Terschelling waar ik het Springtijfestival bijwoonde.

Nee, geen muziek- of cultuurfestival, maar een driedaagse conferentie in het teken van duurzaamheid. 900 mensen kwamen samen, het festival vond voor de 9e keer plaats, om verhalen te horen over klimaatverandering, over plastic soep die onze oceanen bedreigt, over significante opwarming van de aarde, over achterhaalde economische theorieën, over het korte termijn denken dat ons in de greep houdt en de noodzaak zaken over een andere boeg te gooien.

Nee, niet een eiland vol met Teslarijdende proseccodrinkers, - ik houd zelf helemaal niet van prosecco -, maar bezorgde en ook bevlogen beleidsmakers, bankiers, politici, bestuurders en vooral veel jonge mensen die zich inzetten voor de wereld die zij zullen erven.

Voor het beeld ontstaat dat wij daar een weekend met elkaar hebben zitten somberen, wees gerust, er was een hoop plezier en inspiratie om met elkaar aan de slag te gaan. Eén opmerking maakte grote indruk op mij: “We moeten stoppen met te pinnen op de rekening van onze kinderen en kleinkinderen.”

Dames en heren, het is in deze context, waarin ik kijk naar onze toekomst en de dingen die ons te doen staan.
Ik ben verheugd dat dat besef ook in onze mooie en belangrijke provincie bestaat.

We leven in het meest dichtbevolkte gebied van ons land, veel industrie, grote steden van wereldfaam, kleine dorpen waar “ons ons kent”, vooraanstaande kennisinstellingen en gelukkig ook nog veel ruimte om te leven en te recreëren.

Een gebied om zuinig op te zijn en waar vele kansen liggen.
Gelukkig wordt over deze belangrijke uitdagingen en kansen, waarvoor wij in onze provincie staan, op het provinciehuis en daarbuiten, op vele plekken al nagedacht.

Maar we moeten wel met elkaar aan de slag, of waar we dat al zijn: we moeten gas geven in het realiseren van plannen.
Ik zie u denken: gas geven, we moeten toch van dat gas af…?

In maart 2019 zullen wij provinciale verkiezingen hebben en als voorzitter van Provinciale Staten zie ik met belangstelling die verkiezingen tegemoet.
Politieke partijen maken zich voor die verkiezingen op met het schrijven van hun verkiezingsprogramma’s en het vaststellen van hun kandidatenlijsten.
U weet, ik ben niet van de politiek, maar van het bestuur, maar sta mij toe vanuit mijn positie en grote betrokkenheid bij deze provincie een aantal opmerkingen te maken over zaken die mijns inziens van groot belang zijn in de nabije toekomst. 
   
Ik wil iets zeggen over de rol van de provincie in het licht van de context die ik schilderde. Het huidige college heeft in de afgelopen jaren werk gemaakt van ‘de uitgestoken hand’.

Daar ben ik erg blij mee en dat heeft de provincie in toenemende mate tot een partner gemaakt waarmee het over het algemeen goed zaken doen is.
Dit vanuit het besef dat je als overheid zaken niet voor elkaar kunt krijgen zonder partners in het veld te zoeken.

En andersom vanuit het besef bij onze partners dat je de overheid nodig hebt om de juiste dingen te doen in het algemeen belang.
In die samenwerkingsprocessen brengt de provincie een belangrijke meerwaarde mee.

Op het middenniveau kunnen wij als enige democratisch gelegitimeerde bestuurslaag beslissingen nemen.

Dat is soms nodig.
Zeker in een tijd waarin gezocht wordt naar nieuw evenwicht op vele terreinen, belangen vaak tegengesteld lijken tussen groepen, steden en partijen, is het soms ook nodig om doortastend te zijn en in patstellingen knopen door te hakken.

Het gaat dan niet alleen om: kan ik u helpen?, maar ook om: kunt en wilt u zich laten leiden?

Het is dan de bescheidenheid die even plaats maakt voor de krachtdadigheid…

Van onderop is leuk en aangenaam, maar leidt soms ook tot een patstelling en vertraging waar spoed gevraagd wordt.

Politiek is niet voor bange mensen.
Vanuit regio’s en bedrijfsleven wordt steeds vaker van ons gevraagd om knopen door te hakken.

Provincie, wij komen er niet uit, neem de regie!
En die leiding wordt alleen geaccepteerd als er een duidelijk verhaal klinkt en een sterke visie is ontwikkeld.
Wij willen een overheid zijn die respect verdient door standpunten in te nemen.

Waar gaan we komende jaren op inzetten?
Of je erin gelooft of niet, maar die klimaatverandering is in volle gang.
Juist in deze provincie betekent dat keuzes maken in het gevecht met het water.

En dat water stijgt, aan de kust en in de rivieren.
Qua neerslag lijkt het op een ‘alles of niets’.
Het komt met bakken uit de hemel of het is ongekend lang warm en droog.

Dat vraagt om keuzes.
Bijvoorbeeld de bodemdaling: er zijn gebieden die we beter kunnen benutten als bekken voor overtollig water in plaats van te blijven pompen…
Welke polder wordt als eerste herbestemd?
Moeilijke keuzes, want je zult er maar wonen of je boerenbedrijf hebben……
Van ons wordt gevraagd daar een visie op te hebben en waar nodig goed gemotiveerde keuzes te maken.

Of je het leuk vindt of niet, de gaswinning in Groningen gaat stoppen en het tijdperk van fossiele brandstof nadert zijn einde.
Los van de vraag of er nog voldoende in de grond zit, lijkt het me beter voor de wereld die ik wil achterlaten voor mijn kinderen…
Hoe gaan we die transitie maken en welk tempo willen we daarin aanhouden?

We moeten andere energiebronnen zoeken en vinden.
In onze provincie liggen grote kansen voor waterstof als schone energiedrager.

Een andere opgave in de energietransitie is: hoe zorgen we ervoor dat de warmterotonde van de grond komt, of liever de grond ingaat?
Zetten we er als provincie vol op in en pakken we er desnoods het voortouw in op het moment dat partners en marktpartijen op elkaar wachten wie de eerste echte stap zet?

Durven we het aan om juist in dit gebied, waar deze energievorm de beste kans van slagen heeft, ons ‘provinciale spaargeld’ in dit project te stoppen om zo een majeure stap te zetten in de veel besproken energietransitie?
Zou het niet mooi zijn als we er hoe dan ook voor zorgen dat er over vier jaar een warmtenet in Zuid-Holland ligt?

Mensen zoeken woonruimte.
Niet alleen het klimaat verandert, maar ook onze demografie.
Waar gaan we woningen bouwen in deze dichtbevolkte provincie met grote uitersten van volle steden en lege gebieden?
Met zijn allen naar de stad, of ook in de buitengebieden?
En hoe gaan we om met de verdeling van lusten en lasten waar het gaat om de verschillende woonklassen die er zijn?
Hoe wordt sociale woningbouw over gemeenten verdeeld?
Waar regio’s er niet uitkomen - en dat zien we gebeuren - is het aan de  provincie knopen door te hakken.

En hoe gaan wij ons verplaatsen in dit gebied?
Meer ruimte voor de auto of geavanceerde vormen van openbaar vervoer?
Gaan we inzetten op snelle lightrail en het rondje Randstad of blijft het een beetje van dit en een beetje van dat?
Hoe zorgen we ervoor dat wij als Zuid-Holland de ‘best bereikbare provincie’ blijven of liever: “hoe zorgen wij ervoor dat wij elkaar in die provincie op de beste manier kunnen blijven bereiken”?
Dat vraagt om keuzes voor meer alternatieve en duurzame vormen van vervoer.
En om inzet op digitale bereikbaarheid.

Welke rol gaan wij als provincie spelen in de grote veranderingen die nodig zijn binnen de vele industrie die onze provincie rijk is?
De transitie naar een circulaire economie is een enorme omslag, die nodig is om de traditionele en nieuwe topsectoren in onze provincie de sprong naar een volgende levenscyclus te laten maken. 
We zijn op weg, maar het kan nog beter.
Het zou toch fantastisch zijn als wij in Zuid-Holland - met al die gevarieerde economische clusters die wij hebben - bij die omslag het meest ambitieuze programma van het land maken?
Inclusief aandacht voor het opleiden van onze beroepsbevolking.
Ik merk dat in de samenleving de vraag sterker wordt hoe we arbeid en onderwijs bij elkaar brengen.
Ik kan me voorstellen dat we als provincie daar een rol in gaan spelen.

Dames en heren, vragen staat vrij en ik heb natuurlijk ook niet alle antwoorden.
Maar mijn vragen verraden op zijn minst iets van waar ik vanuit mijn perspectief belang aan hecht.
Mijn beschouwing vandaag is toekomstgericht, op weg naar de verkiezingen en een volgende Statenperiode.
Maar zover is het nog niet.
Met veel plezier en genoegen ga ik tot die tijd aan de slag met het huidige college waar ik trots op ben en met genoegen mee samenwerk aan een schoner, slimmer en sterker Zuid-Holland.

Tot slot.
We zijn hier bij elkaar als provincie, als bedrijfsleven, als collega-overheid, als kennisinstelling of anderszins.
Deze provincie heeft vele en grote mogelijkheden.
Laten we elkaar opzoeken, vandaag en in de komende tijd.
Bij alle opgaven en uitdagingen geldt dat wij partners zijn, die samen tot mooie resultaten kunnen komen.
Er is veel werk aan de winkel en bedenk daarbij: we kunnen niet blijven pinnen op de rekening van onze kinderen en kleinkinderen.
Sterker nog: we kunnen beter een spaarrekening voor ze openen door nu te investeren in een perspectiefvolle toekomst van Zuid-Holland.

Dank voor uw aandacht.