Vraagstuk vluchtelingen raakt hele samenleving




Oorlog en geweld drijven mensen weg van huis en haard. Op de vlucht, weg van alle dreigingen, op zoek naar veiligheid. Vluchtelingenstromen zijn - helaas - van alle tijden, maar wat er nu gebeurt in Europa is niet eerder gezien. We kennen allemaal de indringende beelden. De Europese Unie patrouilleert op de Middellandse Zee, op zoek naar talloze overvolle, vaak gammele schuiten met asielzoekers, die door mensensmokkelaars aan hun lot worden overgelaten.

Met alle risico’s van omslaan en verdrinken van dien. Mensen in boten, die op tijd worden ontdekt en geholpen, hebben geluk: zij bereiken de Italiaanse kust. Ook op de toeristische stranden van Griekenland komen meer vluchtelingen aan dan er zonaanbiddende gasten zijn. Op het station van Boedapest is het dringen geblazen bij de treinen richting Oostenrijk en Duitsland. Tienduizenden gaan die kant op. En ook in Nederland komen nu wekelijks tussen de 1700 en 1800 vluchtelingen aan. De vluchtelingenproblematiek raakt de hele Europese samenleving.

Van ons wordt een buitengewone inspanning gevraagd om mensen die aankloppen te kunnen helpen. Een gemiddelde opvanglocatie van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers biedt plek aan 600 asielzoekers. Met de huidige ontwikkeling zou dat de opening van 3 centra per week betekenen. Normaal gesproken duurt de opening van een AZC zo’n 6 tot 9 maanden…terwijl de behoefte er nu is. Er zijn op dit moment 75 opvanglocaties en het COA is in gesprek met zo’n 120 andere gemeenten voor meer plekken. En binnenkort zullen ook de andere gemeenten worden benaderd.

Alleen gezamenlijk kunnen we als Europese en als Nederlandse samenleving de uitdagingen van het vluchtelingenvraagstuk aangaan. Er moet meer opvang komen en daar kunnen we niet lang over steggelen. Ik begrijp daarom volkomen dat het COA - dat de opvang centraal en professioneel regelt - graag zou zien dat gemeenten hun procedures zoveel mogelijk versnellen. En ook dat het COA gemeenten aanmoedigt meer ruimte te maken voor asielzoekers die inmiddels een verblijfsvergunning hebben, maar nog geen woning. Als zij een plek krijgen in stad of dorp, dan komt er in de opvang ruimte vrij voor net aangekomen vluchtelingen. In de provincie Zuid-Holland gaat het om zo’n 3.000 zogenoemde statushouders die woonruimte toegewezen moeten krijgen en landelijk zijn het er bijna 16.000.

Als commissaris van de Koning heb ik een brief gestuurd naar alle burgemeesters, colleges en gemeenteraden in de provincie Zuid-Holland. Niet om ze te wijzen op de kritieke situatie, dat is uiteraard overbodig, maar wel om ze een hart onder de riem te steken bij de aanpak ervan. Daarbij heb ik de gemeenten gevraagd naar de stand van zaken in hun specifieke geval. Er komt veel op de gemeenten af, nu de vluchtelingenproblematiek urgenter is dan ooit. In een lokale gemeenschap levert de mogelijke vestiging van een opvanglocatie soms stevige discussie op. Persoonlijk heb ik dat zeer intensief beleefd toen ik, als predikant in Ellecom en De Steeg, te maken kreeg met de opvang van een groep Tamils. Destijds ging het om een groep van 150 vluchtelingen in een gemeenschap van zo’n 1.000 mensen. Dan krijg je met allerlei heftige emoties te maken. Ik voelde het als mijn plicht al het mogelijke voor de vluchtelingen te doen. In zo’n situatie bevinden wij ons naar mijn gevoel nu weer.

Het COA staat bij veel gemeenten al op de stoep; veel burgemeesters nemen zelf de telefoon en bellen met het Centraal Orgaan. Wie ook het initiatief neemt, één ding is zeker: we zullen er met elkaar de schouders onder moeten zetten. Daarom sta ik achter de burgemeesters, colleges en raden die hun verantwoordelijkheid nemen en zowel zorgvuldig als snel werken aan dit ongelooflijk grote probleem dat ons allemaal raakt.

Jaap Smit, commissaris van de Koning
september 2015