Vrijheid is geen Vrijbrief




Sinterklaas is weer in het land en heeft in vele gemeenten zijn intocht weer gehad en werd toegejuicht door vele vele kinderen die zich verheugen op dit oude folkloristische en typisch Nederlandse feest. De stoomboot, de schimmel, de oude grijze bebaarde en bemijterde man en...... natuurlijk de Pieten. In mijn jeugd, en die van mijn inmiddels volwassen kinderen, zwart, nu in vele plaatsen bont en, als we niet uitkijken, blauw....

Ik ga mij hier niet mengen in de discussie over Zwarte Piet, maar sta even stil bij ‘de slag om Dokkum’, zoals de actie op de A7 werd genoemd. Weer wordt een tegenstelling geconstateerd en uitvergroot. Dit keer die tussen de randstad en de perifere provincies. Boze Friezen hielden 2 bussen met anti Zwarte Piet demonstranten op de snelweg staande onder het mom van: wij willen dat ‘randstedelijke gezeur’ hier niet en onze kinderen moeten ‘gewoon’ Sinterklaas kunnen binnenhalen.

Velen hebben wellicht gedacht: ‘Goed zo, gewone burgers stellen een daad voor een sympathiek doel’. Maar tegelijkertijd is het een ontwikkeling waar we serieus over moeten nadenken. Het raakt een aantal fundamentele pijlers van onze rechtstaat. Die hebben te maken met vrijheden die voor onze samenleving van vitaal belang zijn. Mensen hebben het recht hun stem te laten horen en te demonstreren om daarmee hun mening te kunnen uiten. Ook zij waar je het zelf mee oneens bent!

Dat is een groot goed dat soms ook ongemak oplevert. Het stelt burgemeesters en andere leden van het Openbaar Bestuur voor grote dilemma’s zoals we in toenemende mate zien. Daar vindt iedereen altijd van alles van, maar ik geef het je te doen en achteraf praten is altijd gemakkelijk. Zij moeten een afweging maken ‘in the heat of the moment’, waarbij die genoemde vrijheden en de openbare orde soms recht tegenover elkaar dreigen te komen staan.

Eén ding werkt volgens mij niet in deze discussie, namelijk grote en stoere woorden die de gemoederen niet tot rust brengen, maar het vuur juist opstoken. Onze tijd wordt gekenmerkt door veel onrust en tegenstellingen gevoed door sterke emoties. We komen er niet met uitspraken als: ‘Het moet nu maar eens afgelopen zijn’, of ‘We nemen het recht in eigen hand’ etc. We komen er ook niet met pappen en nathouden. Wat nodig is, is een antwoord op de vraag hoe wij die vrijheden zo definiëren en hanteren waarmee duidelijk wordt dat die vrijheden niet verworden tot ‘vrijbrieven’.

Jaap Smit