Weerbare organisatie en bestuur Zuid-Holland



Katja van Balen

De gedachte is lang geweest dat ondermijning zich vooral sluipenderwijs en in het geniep voordeed. Er zou sprake zijn van een zogenoemde ‘hidden impact crime’, oftewel een vorm van criminaliteit waarbij niet de dader, maar eerst ook nog het misdrijf gevonden moet worden.

De aanwijzingen worden steeds sterker dat criminele netwerken openlijker te werk gaan. De aanslagen op bestuurders, advocaten en journalisten en liquidaties die nu ook overdag op straat plaatsvinden, wijzen erop dat criminele netwerken steeds minder terughoudend zijn in het gebruik van geweld.

Criminele netwerken maken ook gebruik van legale faciliteiten op manieren waarop zichzelf niets strafbaars aan is. Ze vragen vergunningen en subsidies aan, sluiten vastgoedtransacties met de overheid af en schakelen op deze manier, eigenlijk net als gewone bedrijven, de overheid in om hen te faciliteren in hun commerciële activiteiten. Dit betekent dat overheden - en dus ook de provincie Zuid-Holland - het eigen handelen tegen het licht moet houden om te voorkomen dat de reguliere uitvoering van taken onbewust ondermijnende criminaliteit in de hand werkt.

Dit onderzoek schetst de context waarbinnen ondermijning plaatsvindt en gaat in op de vraag wat ondermijning inhoudt. De verschillende manieren waarop medewerkers van de provincie met ondermijning geconfronteerd kunnen worden krijgen een plek in het onderzoek. Daarna volgt een analyse van wat de provincie nu al doet om ondermijning tegen te gaan en wordt een voorschot genomen op wat de provincie nog anders of meer zou kunnen doen.