Als wonen, werk, voorzieningen en openbaar vervoer (ov) dicht bij elkaar zijn, heeft dat veel voordelen. Mensen hoeven minder ver te reizen, ze lopen en fietsen vaker, gebruiken vaker het ov en zijn beter bereikbaar. Onder het ov vallen de trein, RandstadRail, metro, tram, bus, buurtbus, Waterbus. Als mensen minder afhankelijk zijn van een auto, komt er ruimte om woningen, werkplekken en voorzieningen dichter bij elkaar te bouwen. Dat komt goed van pas bij de ruimtelijke puzzel en enorme woningbouwopgave in Zuid-Holland.
Sinds voorjaar 2025 gebruikt het Rijk het bereikbaarheidspeil. Daarmee laat het de bereikbaarheid van voorzieningen zien. Het bereikbaarheidspeil richt zich op zorg, onderwijs, supermarkten en wijk. Deze onderwerpen vinden inwoners belangrijk volgens onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM, 2024). In het onderzoek geven mensen ook aan wat zij acceptabele reistijden vinden. Dit hangt weer af van welk vervoermiddel ze gebruiken. Het Rijk laat regelmatig de bereikbaarheid voor alle regio’s in Nederland onderzoeken. In februari 2025 is een nulmeting gedaan.
Voor Zuid-Holland is dit een goede basis. Maar het is ook belangrijk om naar andere voorzieningen te kijken, zoals sport, cultuur, horeca, recreatie en groen. Dit draagt allemaal bij aan brede welvaart en een prettig leven.
Zuid-Holland gaat de komende jaren flink veranderen. Er is een woningbouwopgave om 248.000 woningen te bouwen tot 2030, er is de nieuwe Ruimtelijke koers, en de Ruimtelijk Economische Visie 2025-2050. Dit geeft veel kansen om in verschillende gebieden de nabijheid te verbeteren. Het kabinet zet het onderwerp bereikbaarheid hoog op de agenda. Kansen liggen daarbij niet alleen bij nieuwbouw, maar ook in bestaande wijken.
De 3 belangrijkste conclusies:
- Nabijheid van voorzieningen, werk en hoogwaardig ov (HOV) geeft veel voordelen. Het leidt tot betere kwaliteit van leven, minder vervoerarmoede, meer gelijkheid, kortere files en minder uitstoot van CO2, fijnstof en geluid.
-
De kansen van nabijheid kunnen we op veel manieren benutten. Er zijn grote mogelijkheden voor het ontwikkelen van stationsgebieden, van kleinere stations tot drukke haltes. En er zijn kansen voor het verdichten van bebouwing en het mengen van functies. Ook andere maatregelen kunnen de nabijheid verbeteren, zoals het ondersteunen van decentralisatie en verbeteren van voet- en fietspaden.
-
De kracht van nabijheid kunnen we overal in de provincie benutten: van grote, drukke steden tot landelijk gebied. Dit vraagt om een aanpak die past bij de wensen en mogelijkheden van elk gebied. Denk aan 15-minutenwijken en 30-minutenregio’s, waarbij de auto steeds vaker een rol speelt. Ook moeten we bewoners in verschillende soorten gebieden vragen wat zij graag in de buurt willen. Niet óver inwoners praten, maar mét hen.
Meer informatie
- Publicatiedatum
- 27 juli 2026
- Status
- Afgerond
- Uitvoerder
- Provincie Zuid-Holland, TUe
Contact
Wil je meer informatie over dit onderzoek? Neem contact met ons op. We gaan graag met je in gesprek.
Ruimtelijk economische visie
1. Wat zijn de kansen van nabijheid?
De provincie Zuid-Holland heeft de meeste inwoners en banen per km2 van Nederland. De komende jaren wordt het nog drukker. Er komen veel woningen, bedrijven en andere activiteiten bij. De drukte is niet gelijk verdeeld over de provincie. De centra van Rotterdam en Den Haag zijn dicht bebouwd. Daarnaast zijn er kleinere steden, gebieden rond de stad, dorpen en landelijke gebieden. Om al deze gebieden duurzaam bereikbaar te maken of houden, is een aanpak per gebied nodig, met 'de kracht van nabijheid' als basis.
Voorzieningen én hoogwaardig ov
Mensen kiezen hun vervoermiddel vaak op basis van wáár ze wonen, werken en hun vrije tijd doorbrengen. Voor grote afstanden kiezen mensen vaak de auto. Maar als woon- en werkplekken dicht bij voorzieningen en hoogwaardig ov liggen, kiezen mensen sneller voor lopen, fietsen, de trein of de bus. Hoogwaardig ov is betrouwbaar, comfortabel, frequent en snel openbaar vervoer, zoals R-Nethaltes en treinstations. Een ander voordeel van bereikbaarheid te voet en op de fiets, is dat meer mensen deze mogelijkheid hebben. Zo vermindert bereikbaarheid vervoerarmoede én helpt het klimaatdoelen te halen.
Onderzoeksvraag
In 2022 beschreef een snelstudie dat de ideale woonwijk dicht bij voorzieningen en hoogwaardig ov ligt. Tot 2030 komen er ruim 248.000 woningen bij, waarvan een groot deel binnen bestaande steden en dorpen. Daarbij heeft het kabinet het onderwerp ‘Bereikbaarheid op peil’ prominent op de agenda gezet. Daarom is dit hét moment voor meer beleidsfocus op nabijheid. Daarover gaat deze snelstudie, met als onderzoeksvraag:
Wat zijn de kansen van nabijheid van voorzieningen en hoogwaardig ov voor Zuid-Holland?
Om deze vraag te beantwoorden, kijken we eerst wat mensen graag nabij willen, en daarna hoe de nabijheid in Zuid-Holland nu is. Met deze inzichten kunnen we per soort gebied kijken hoe de nabijheid beter kan. Dit alles leidt tot aanbevelingen voor kansen van nabijheid van voorzieningen en hoogwaardig ov in Zuid-Holland.
Meer nabijheid vraagt om intensiveren in bestaande steden en dorpen, bouwen met hogere dichtheid en meer functiemenging. Dat hoeft niet allemaal hoogbouw te zijn. Een binnenstad met laagbouw kent ook al een flinke dichtheid. Dichtheid en functiemenging geven een gebied kracht om voldoende voorzieningen te dragen. Het omgevingsbeleid van de provincie noemt het streven naar nabijheid al.
Advies Rijksadviseur: Enorm veel keuze en ongelofelijk nabij
2. Wat willen mensen dichtbij?
Het KiM heeft in de studie ‘Acceptabele bereikbaarheid: een reizigersperspectief’ (2024) gekeken welke bestemmingen mensen het belangrijkst vinden.
Voor het nieuwe bereikbaarheidspeil kiest het kabinet voor 8 categorieën, verdeeld in 4 groepen:
- levensmiddelen (supermarkt)
- zorg (huisarts en ziekenhuis)
- onderwijs (basisschool, middelbare school, mbo- en hbo/wo-instelling)
- werk (arbeidsplaatsen)
Het KiM onderzocht ook met welk type vervoer mensen hun locatie willen bereiken. In het algemeen willen mensen het vaakst met de auto en de fiets, vaker dan met het ov. Daarnaast zijn er verschillen per bestemming. Onderwijs moet bijvoorbeeld goed bereikbaar zijn met de fiets en het ov. Maar naar de supermarkt willen maar weinig mensen met het ov.
Door per bestemming het vervoer aan te bieden dat mensen nodig hebben, en bestemmingen strategisch aan te sluiten op bestaande verkeers- en vervoerstromen, kunnen we het verkeers- en vervoersnetwerk effectiever gebruiken.
Het zou verstandig zijn om breder te kijken dan de 8 categorieën die het Rijk hanteert. Ook andere categorieën uit CBS- en KiM-onderzoek leiden tot bredere welvaart en een prettiger leven, zoals:
- sport, cultuur en horeca
- groen en natuur
Onderzoeken Planbureau voor de Leefomgeving
Nabijheid is politieke keuze
Ook het Planbureau voor de Leefomgeving heeft in de studie ‘Beter bereikbaar? Veranderingen in de toegang tot voorzieningen en banen in Nederland tussen 2012 en 2022’ (PBL, 2024) onderzoek gedaan naar bereikbaarheid. Daaruit blijkt dat het afschalen van het ov (minder lijnen, minder ritten en minder haltes door bezuinigingen en na corona) heeft geleid tot minder bereikbaarheid van voorzieningen en banen: “Veranderingen in bereikbaarheid zijn het gevolg van politieke keuzes en zijn relevant voor beleidsmakers. Want de afschaling van het openbaar vervoer, de concentratie van voorzieningen in stedelijk gebied en de verschuiving van werkgelegenheid naar autolocaties zijn in belangrijke mate het gevolg van politieke keuzes.”
Fiets en ov kunnen beter
In de studie ‘Toegang voor iedereen?’ (PBL, 2022) heeft het Planbureau voor de Leefomgeving indicatoren ontwikkeld voor de bereikbaarheid van voorzieningen en banen met verschillende vervoerwijzen. Uit die studie blijkt dat werk en voorzieningen minder goed bereikbaar zijn voor mensen die de fiets of het ov (moeten) gebruiken dan voor mensen die een auto kunnen gebruiken. Dit geldt niet alleen in landelijk gebied, maar ook voor de stadsranden of suburbane kernen. In de podcast Vervoerarmoede licht PBL-onderzoeker Jeroen Bastiaanssen dat toe.
Factoren voor bereikbaarheid
Welke voorzieningen mensen graag snel willen kunnen bereiken, hangt af van veel factoren. Belangrijke factoren zijn volgens het KiM (2024):
Levensfase
Scholen scoren in de lijst van het KiM relatief laag, maar voor kinderen, jongeren en gezinnen met jonge kinderen blijkt de bereikbaarheid van onderwijs heel belangrijk.
Vervoermiddel
Werk, ziekenhuis en winkelcentrum mogen vooral met de auto bereikbaar zijn. Naar school, sport en stations gaan mensen het liefst op de fiets. Mbo-, hbo- en wo-instellingen vragen om goed ov. Naar basisscholen, bus- en tramhaltes en metrostations willen mensen vooral lopen.
Reistijd
Mensen willen gemiddeld langer reizen naar hun werk dan naar een supermarkt. En ze accepteren een langere reistijd meer met het ov dan met de auto.
Gebiedstype
Mensen in dichtbevolkt, stedelijk gebied hebben hogere standaarden voor voorzieningen en bereikbaarheid dan mensen in dunbevolkt gebied. Zij vinden ook vaak andere voorzieningen belangrijker. Hoewel deze verschillen in verwachting en daadwerkelijke nabijheid groot kunnen zijn, kan de ervaren tevredenheid van nabijheid dichter bij elkaar liggen.
3. Hoe is de nabijheid nu in Zuid-Holland?
Om nabijheid binnen Zuid-Holland te verbeteren, moeten we eerst zicht hebben op de nabijheid van voorzieningen, inclusief hoogwaardig ov. Op basis van CBS-data is voor elk gebied van 500 bij 500 meter in Nederland de afstand tot voorzieningen en het aantal voorzieningen binnen een bepaalde straal berekend.
Stedelijkheidsklassen
De toegang tot voorzieningen en ov hangt samen met het aantal inwoners en banen per km2. Daarom kijken we eerst naar stedelijkheidsklassen uit het ‘Dashboard Verstedelijking’ (College voor Rijksadviseurs & Studio Bereikbaar):
- Hoogstedelijk: meer dan 12.500 inwoners + banen per km2
- Stedelijk: 6.000 tot 12.5000 inwoners + banen per km2
- Suburbaan: 4.000 tot 6.0000 inwoners + banen per km2
- Laag suburbaan: 2.000 tot 4.000 inwoners + banen per km2
- Dorps: 1.000 tot 2.000 inwoners + banen per km2
- Landelijk: minder dan 1.000 inwoners + banen per km2
Nabijheidscore
Per blokje van 500 bij 500 meter zijn er ook kaarten met een nabijheidsscore van voorzieningen in Zuid-Holland. Deze score gaat van 1 (slecht) tot 9 (uitstekend) en gebruikt een gewogen gemiddelde, ook op basis van CBS-data. Met een weging per voorziening (ov, winkels, onderwijs, zorg, sport & cultuur, horeca, groen) wordt de algemene nabijheidsscore berekend.
Over het algemeen is de nabijheid in steden hoger. Mede door het hoge aantal bewoners per km2 worden voorzieningen naar de stad toegetrokken. Minder stedelijke gebieden scoren lager en hebben een uitdaging voor verbetering. Suburbane gebieden met een relatief goede bereikbaarheid en nabijheid van voorzieningen hebben kansen voor woningbouw in combinatie met het verder verbeteren van de nabijheid.
4. Voorbeelden en kansen per stedelijkheidsklasse
Dit zijn voorbeelden en kansen per stedelijkheidsklasse.
Hoogstedelijk: CID en Binckhorst
(nabijheidsscore 7,5 – 8,5)
Wat gaat goed:
- een van hoogste verdichtingen van Nederland
- goed OV in de buurt én aandacht voor beter OV
- aandacht voor betere fiets- en wandelinfrastructuur
- bereikbaarheid van natuur en recreatie
Het Central Innovation District Binckhorst tussen stations Den Haag Centraal en HS laat goed zien hoe nabijheid en woningbouw elkaar kunnen versterken. In de komende jaren komen er in dit gebied veel woningen en banen bij. Dit wordt ondersteund met een nieuwe tramlijn, veilige fietsroutes en een aantrekkelijke leefruimte.
Kans voor hoogstedelijke gebieden: op tijd investeren in infrastructuur, ook voor de transitie van fossiel verkeer en vervoer naar actieve mobiliteit (wandelen, fietsen).
Andere hoogstedelijke voorbeelden:
- Merwede: in Utrecht komt de grootste binnenstedelijke en autovrije wijk van Nederland.
- Little C, Coolhaven Rotterdam: wonen en werken in hoge dichtheid.
- Nieuw metrostation Hoek van Holland Strand: brengt Rotterdammers bij de zee.
Stedelijk: Spoorzone Nieuw Delft
(nabijheidsscore 7,9)
- goed ov (trein, tram, bus)
- goede verbinding met de binnenstad
Sinds de trein ondergronds rijdt in Delft, wordt het stedelijke gebied rond het station opgeknapt. In de spoorzone Nieuw Delft worden woningen gebouwd op loopafstand van hoogwaardig OV en het centrum van de stad.
Kans voor stedelijke gebieden: meer functiemenging.
Andere stedelijke voorbeelden:
- Dordtse Spoorzone: extra woningen en meer groen.
- Goudse Spoorzone: verbinding met historisch centrum.
- Stationsgebied Leiden & Bio Science Park: op een aantrekkelijke, duurzame en groene manier de stad binnenkomen.
Suburbaan: Spijkenisse Centrum
(nabijheidsscore 7,8 – 8,0)
- goed gebruik van rail- en businfrastructuur
- goede voorzieningen
Het metro- en busstation Spijkenisse Centrum wordt gerenoveerd. Ook het omliggende gebied wordt opgeknapt en er komen twee nieuwe wooncomplexen met een lagere parkeernorm. Dit is een voorbeeld van 'transit-oriented development' (TOD): woningen en voorzieningen rond knooppunten van stadsgewestelijk openbaar vervoer (trein-, RandstadRail- en metrostations). Mensen die wonen of werken rond hoogwaardig ov gebruiken dat ov of actieve vervoerwijzen vaker in plaats van de auto.
Kansen voor suburbane gebieden: verdichting en meer functiemenging.
Andere suburbane voorbeelden:
- Hoekse Lijn, van strand tot stad: meer wonen, werken & voorzieningen rond metrostations
- Rond station Leidschenveen zijn woningen en verbinding met RandstadRail, tram en bus.
Laag suburbaan: Hellevoetsluis
(nabijheidsscore 6,0 – 7,8)
- goede nabijheid van voorzieningen
- met bus en metro (vanuit Spijkenisse) verbonden met Rotterdam
Hellevoetsluis op Voorne-Putten is minder goed aangesloten op ov (alleen bus, geen rail), maar in het centrum zijn genoeg voorzieningen.
Kans voor laag suburbane gebieden: nieuwe woonwijken als De Boomgaard kunnen dichtheid verder verhogen en nieuwe voorzieningen aantrekken.
Dorps: Middelharnis
(nabijheidsscore 4 – 6,9)
- hoge nabijheid van scholen en zorg
Middelharnis op Goeree-Overflakkee scoort redelijk op nabijheid, al neemt die wat verder van het centrum af.
Kansen voor dorpse gebieden: het vestigingsklimaat verbeteren, zodat de aanwezige kern kan blijven bestaan. En op sommige plekken verdichting toepassen, met oog voor het karakter en de wensen en mogelijkheden per dorp.
Landelijk: Nieuwkoop
(nabijheidsscore 2,4 – 7,4)
- veel natuur en recreatie
De kern Nieuwkoop in het Groene Hart scoort hoog met een 7,4. In omliggende dorpen daalt dit naar een 4,0. Alleen de nabijheid van horeca is daar redelijk.
Kans voor landelijke gebieden: onderzoek wat bewoners nodig hebben, bijvoorbeeld zorg in de buurt.
5. Aanbevelingen voor meer nabijheid op lange termijn
Bouw rond stations (en vergeet kleine stations en drukke bushaltes niet)
Binnenstedelijk bouwen in hoge dichtheid bij ov-knooppunten loont. Bouw woningen gemengd met winkels, zorgcentra, horeca en werkplekken in bestaande steden en dorpen rond deze knooppunten. En voorkom dat er bij HOV-haltes wordt gebouwd met een lage dichtheid, zoals woningen met een hoge parkeernorm. Stationslocaties langs de Oude Lijn (Leiden–Dordrecht) zijn goed in beeld. Maar laten we ook andere stations en HOV-knooppunten niet vergeten. Vaak is daar nog ruimte voor binnenstedelijk bouwen. Deelfietsen en deelauto's (zoals Greenwheels en MyWheels) bij knooppunten kunnen het ov-gebruik verhogen voor mensen die verder reizen naar hun bestemming. Deelvervoer past dan ook prima bij het idee van 'transit-oriented development'.
Verdicht leefgebieden
Stedelijke verdichting en herinrichting van de publieke ruimte zijn de goedkoopste manieren om de bereikbaarheid te verbeteren en tegelijk het aandeel van de auto op een natuurlijke manier te verminderen. Dit blijkt uit het onderzoeksprogramma Duurzame bereikbaarheid van de Randstad (NWO, 2015).
Dankzij verdichting kan een hoger aantal inwoners de voorzieningen op peil houden. Dat kan leiden tot aantrekkelijkere steden met een betere leefbaarheid en nabijheid. Naast het bijbouwen van woon- en werkruimte kun je denken aan het splitsen van woningen, het maximaliseren van kavelgebruik (omhoog of ondergronds bouwen) en kantoorpanden en bedrijventerreinen een nieuwe bestemming geven.
In kleine kernen moeten basisvoorzieningen blijven of terugkomen, waardoor ook daar mensen minder afhankelijk worden van de auto. Het gaat dan om huisarts, school, supermarkt, bushalte, bibliotheek en café. Voor voldoende draagvlak voor deze voorzieningen is – ook in dorpen – verdichting van woningen en bedrijven nodig. Ov-verbindingen kunnen kernen onderling verbinden en met grotere plaatsen.
Meng allerlei functies
Door functies binnen wijken te mengen, kunnen wonen, werken, winkelen en recreatie samengaan. Dit verbetert de levendigheid. Werklocaties in wijken leiden tot minder woon-werkverkeer. Daarnaast creëert functiemenging levendigere wijken, die het delen van voorzieningen en het investeren in de wijk makkelijker maken.
Kijk daarbij naar alle voorzieningen. Het kabinet kiest voor 'Bereikbaarheid op peil' voor 8 belangrijke voorzieningen. Voor brede welvaart zou het goed zijn nog wat breder te kijken. Denk hierbij aan sport, horeca en natuur.
Verbeter wandel- en fietspaden
Lopen en fietsen passen bij een goede nabijheid. Betere kwaliteit en beleving van wandel- en fietspaden vergroot het gebruik. Denk aan aantrekkelijke, veiliger routes, betere paden, bredere paden, doorfietsroutes en nieuwe routes. Dit levert allerlei voordelen op, zowel voor wandelaars en fietsers, als voor de hele samenleving. Het is erg belangrijk dat we niet alleen netwerken verbeteren, maar ook bestemmingen eenvoudiger toegankelijk maken voor wandelaars en fietsers, bijvoorbeeld met stallingen.
Verlaag parkeernormen
Het verdichten van leefgebieden en mengen van functies is vaak moeilijk vanwege hoge parkeernormen (veel parkeerplekken) voor woningen en werkbestemmingen. Met verschillende parkeernormen per gebied, wordt mengen haalbaarder en wordt autogebruik voor korte ritjes minder aantrekkelijk. Voor nieuwe gebouwen bij grote stations liggen de parkeernormen vaak lager, maar bij kleine stations of HOV-haltes kunnen parkeernormen ook omlaag. Deelvervoer kan op die plekken ondersteunen.
Bied ruimte aan lokale initiatieven met een goed vestigingsklimaat
Centralisatie van onder meer middelbare scholen en ziekenhuizen heeft gezorgd voor een grotere afstand tussen inwoners en hun voorzieningen. Inmiddels is het meer een uitdaging om voorzieningen te behouden, het vestigingsklimaat te verbeteren en lokale initiatieven te stimuleren.
Onderzoeken, zoals van het KiM, tonen aan dat voorzieningen als onderwijs, werk en ziekenhuis meer nabijheid, dus decentralisatie vereisen. In plaats van bewoners naar het ziekenhuis of zorgcentrum te laten reizen, kun je ook filialen of spreekuren dicht bij bewoners brengen of digitaal regelen. En door mkb'ers te ondersteunen hun bedrijfspanden te behouden, kunnen kernen levendig blijven. Zo kun je een sociaal huurstelsel invoeren om kleine bedrijven voordeliger ruimte te laten huren.
Zorg voor goed te gebruiken buitenruimten, zoals pleinen, en goede multifunctionele binnenruimten om elkaar te ontmoeten, zoals bibliotheken, buurthuizen en dorpscentra. Maak het mogelijk dat mensen bij elkaar kunnen komen en activiteiten kunnen organiseren en ondernemen.
Om in kernen een goed vestigingsklimaat te creëren of te houden, is kennis nodig waaraan ondernemers behoefte hebben. Denk aan financiële ondersteuning, betere bereikbaarheid of meer inwoners rond hun bedrijf. Met een goed beeld van de situatie kun je vervolgens kijken naar economische verdienmodellen, waardoor het aantrekkelijk is om je in kernen te vestigen.
Verbeter ov: hoogwaardig ov en hubs
Het wegennet in de provincie is zwaar belast. Verdere uitbreiding leidt vaak alleen maar tot meer automobiliteit en daarmee niet direct tot een oplossing. Bovendien zijn de middelen hiervoor beperkt. Dit vraagt om andere manieren om van A naar B te komen. Nabije voorzieningen kunnen helpen om mobiliteit te voorkómen en om autokilometers te beperken. Hoogwaardig ov kan bijdragen aan een kleinere afstand of lagere reistijd van voorzieningen en het ontlasten van wegen. Hubs bij railstations, HOV-knooppunten en in dorpskernen met OV-fietsen of ander deelvervoer kunnen het bereik van het ov vergroten.
Zet nabijheid voor brede welvaart óók in lokaal beleid
Nabijheid in beleid – ook in gemeentelijk beleid – kan uiteindelijk de brede welvaart vergroten. Brede welvaart is alles wat mensen hier en nu van waarde vinden, ook voor later en op andere plekken: bijvoorbeeld bereikbaarheid, gezondheid, leefomgeving, natuur, rechtvaardigheid, sociale samenhang en veiligheid. Nabijheid kun je bijhouden in een voortgangsmonitor per wijk of stadsdeel.
Ga in gesprek over nabijheid en creëer een basispeil
Ga het gesprek over nabijheid aan: wat zijn de voordelen en waar zit ruimte voor verdichting, functiemenging, hoogwaardig ov en hubs? Ga ook zeker het gesprek aan met inwoners: welke voorzieningen zijn gewenst om wijken, buurten en kernen leefbaar te houden? Wat moeten we daar naast het 'bereikbaarheidspeil' bij betrekken? En hoe verbeteren we wandel- en fietspaden, openbaar vervoer en deelvervoer?
6. Aanbevelingen voor meer nabijheid op korte termijn
Stimuleer deelvervoer
Deelauto's maken het mogelijk om laagdrempelig auto te rijden. Het autobezit kan dalen als meer mensen voor een deelauto kiezen. En mensen zullen bewuster de auto gebruiken. Op de korte termijn kunnen overheden locaties voor deelauto's aanwijzen en hubs of appgroepen voor deelauto's ondersteunen. Daarnaast kunnen overheden stimuleren dat er deelfietsen (zoals de OV-fiets) bij álle rail- en busstations, HOV-haltes en hubs komen te staan voor het laatste deel van de reis. Beter aanbod van deelfietsen verbetert het treingebruik blijkt uit onderzoek van Roland Kager, Studio Bereikbaar.
Denk aan foodtrucks en andere flex-voorzieningen op locatie
In kleine kernen verdwijnen restaurants en cafés. Als het niet mogelijk is om deze te ondersteunen en te laten terugkomen, kunnen foodtrucks een alternatief bieden voor meer variatie en keuzevrijheid. Op deze manier kan een restaurant een bredere doelgroep bedienen en hebben inwoners de mogelijkheid om buiten de deur te eten. Een goed voorbeeld is de mobiele koffiebar die elke ochtend bij het station Delft Campus staat.
Geef bewoners ov-abonnement
Bij de meeste woningen kun je gratis een parkeerplek voor de deur krijgen. Waarom zou je bewoners geen gratis of voordelig ov-abonnement bij hun woning geven? Dit kan ervoor zorgen dat mensen in de buurt van een station andere manieren om te reizen kiezen.
Creëer flexibele werkplekken
De afgelopen jaren is het voor werknemers makkelijker geworden om vanuit huis te werken en niet naar kantoor te gaan. Door flexibele werkplekken te stimuleren – zoals koffietentjes, wijkcentra en flexplekken bij stations – hoeven inwoners niet ver naar kantoor te reizen als ze buiten hun huis willen werken.