Evaluatierapport beleving gebiedsproces nieuwe natuur Krimpenerwaard gepubliceerd
Wageningen Environmental Research (WENR) heeft onderzoek gedaan naar hoe betrokkenen de aanleg van 2.250 hectare nieuwe natuur (NatuurNetwerk Nederland) in de Krimpenerwaard hebben ervaren. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, de gemeente Krimpenerwaard en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
De resultaten staan in het rapport “Nieuwe natuur in de polder: tussen zelfrealisatie en onteigening”. Dit rapport geeft belangrijke inzichten voor toekomstige gebiedsprocessen in het landelijk gebied. Het onderzoek bouwt voort op het rapport “Drie decennia natuurrealisatie in de Krimpenerwaard”, dat in oktober 2024 is verschenen. Dat eerdere rapport ging over het gebruik, de werking en de doorlooptijd van verschillende grondinstrumenten in de afgelopen 30 jaar.
Het onderzoek laat zien dat de aanleg van nieuwe natuur en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) veel invloed heeft gehad op grondeigenaren en andere betrokkenen. Vooral in de agrarische sector was er jarenlang onzekerheid over de voorgenomen natuurontwikkeling en de uitvoering daarvan. Dit zorgde voor onduidelijkheid en spanning.
Instrumenten grondverwerving
Om gronden voor natuurontwikkeling in te kunnen zetten is ingezet op grondruil, het bieden van compenserende gronden en maatwerkafspraken voor realisatie van de natuurdoelstellingen door de grondeigenaren zelf (zelfrealisatie). In bijna alle gevallen is eerst geprobeerd om op deze wijze tot een vrijwillige oplossing te komen.
Onteigening wordt door betrokkenen als een zwaar en ingrijpend middel ervaren. Het is daarom alleen ingezet wanneer genoemde andere oplossingen niet werkten. Toch heeft dit instrument gezorgd voor duidelijkheid en voortgang in een lang en ingewikkeld proces. Dankzij deze aanpak konden de doelen voor het Natuurnetwerk Nederland en de Kaderrichtlijn Water binnen de beschikbare tijd worden gehaald.
Eerdere pogingen met alleen vrijwillige verkoop en zelfrealisatie, het op eigen grond realiseren van nieuwe natuur, leverden hiervoor onvoldoende resultaat op. Tegelijk blijft het belangrijk om in gesprek te blijven, oog te hebben voor persoonlijke en bedrijfsmatige belangen en te werken aan vertrouwen.
Waardevolle lessen voor de toekomst
Het onderzoek laat zien dat er kritiek is op het gevolgde proces. Tegelijkertijd waarderen betrokkenen het maatwerk en de ondersteuning bij zelfrealisatie. Het zoeken naar ruimte binnen de regels en een soepele aanpak dragen bij aan meer begrip en acceptatie, zolang vooraf duidelijke en open randvoorwaarden worden gebruikt.
Ook benadrukt het rapport het belang van één vast aanspreekpunt, zoals een casemanager, en de inzet van een vertrouwenspersoon. Dit helpt bij duidelijke communicatie, onderling begrip en mentale ondersteuning van zowel grondeigenaren als bestuurders en ambtenaren.
Deze lessen zijn waardevol voor toekomstige gebiedsprocessen. Ze bieden aanknopingspunten om de aanpak verder te verbeteren en de ingrijpende, soms negatieve gevolgen zoveel mogelijk te beperken.
Het volledige rapport ‘Nieuwe natuur in de polder: tussen zelfrealisatie en onteigening’ is te vinden op de publicatiewebsite van Wageningen Environmental Research.
