Zuid-Holland maakt weg vrij voor innovatieve inzet van zwaardere drones
De provincie Zuid-Holland start op 1 juli 2026 een tweejarige pilot waarin ruimere regels gelden voor het opstijgen en landen van zwaardere drones. Het gaat om elektrische drones met een gewicht tussen de 25 en 150 kilo.
Arne Weverling, gedeputeerde luchtvaart: “Met deze pilot geven we ruimte aan innovatieve toepassingen van drones, terwijl veiligheid en leefbaarheid voorop blijven staan. Zo kunnen we in de praktijk ervaren welke regels nodig zijn om technologische ontwikkelingen verantwoord mogelijk te maken én bestaande regels beter laten aansluiten bij de praktijk.”
Drones worden steeds vaker ingezet voor maatschappelijk nuttige toepassingen, zoals inspecties, werkzaamheden op bouwplaatsen en logistieke processen. De huidige regels voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG) van terreinen zijn vooral geschreven voor helikopters en sluiten niet altijd goed aan bij het gebruik van drones. Zo mogen drones nu maar een beperkt aantal keer per dag opstijgen en landen, terwijl zij in de praktijk vaker moeten landen, bijvoorbeeld om accu’s te wisselen.
Met deze pilot wil de provincie ruimte bieden aan innovatie, terwijl tegelijkertijd zorgvuldig wordt gekeken naar veiligheid, leefomgeving en mogelijke overlast.
Wat houdt de pilot in?
Vanaf 1 juli 2026 kunnen tijdens de pilot generieke ontheffingen worden verleend voor het opstijgen en landen van bepaalde drones. Dit betekent dat vooraf niet steeds een specifieke locatie hoeft te worden vastgelegd. Wel gelden duidelijke voorwaarden:
- Alleen voor elektrische drones die verticaal opstijgen en landen
- Een gewicht tussen 25 en 150 kilo
- Gebruik is toegestaan op werkdagen en zaterdagen tussen 07.00 en 19.00 uur
- Maximaal 12 dagen per terrein per jaar
- Geen limiet op het aantal starts en landingen per dag
Andere regels, zoals landelijke en Europese veiligheidsvoorschriften, natuurregels en privacywetgeving, blijven onverminderd van kracht.
Rol van provincie, DCMR en gemeenten
De provincie Zuid-Holland is bevoegd voor het verlenen van ontheffingen voor het gebruik van een terrein. De uitvoering hiervan is gemandateerd aan DCMR Milieudienst Rijnmond. Gemeenten en burgemeesters worden betrokken vanuit hun verantwoordelijkheid voor de openbare orde. In specifieke situaties kunnen zij bezwaar maken tegen het gebruik van een terrein en, indien nodig, het gebruik stoppen.
De provincie gaat niet over het luchtruim of de vliegveiligheid; dat valt onder nationale en Europese regelgeving en toezicht door de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Wat betekent dit voor inwoners?
Voor inwoners verandert er weinig. Drones mogen niet zomaar overal en altijd opstijgen en landen. Ook tijdens de pilot gelden duidelijke voorwaarden om overlast te beperken. Zo mag een terrein maximaal 12 dagen per jaar worden gebruikt, alleen overdag en niet op zon- en feestdagen. Regels voor veiligheid, natuur en privacy blijven gelden.
Wat betekent dit voor dronepiloten?
Voor dronepiloten biedt de pilot meer flexibiliteit. Zij kunnen onder voorwaarden een generieke ontheffing krijgen voor het opstijgen en landen van zwaardere, elektrische drones. Dat betekent dat niet vooraf elke locatie vast hoeft te liggen en dat er geen limiet is op het aantal starts en landingen per dag. Dit sluit beter aan bij de praktijk, bijvoorbeeld bij inspecties of werkzaamheden op bouwlocaties. Uiteraard moeten piloten blijven voldoen aan alle geldende veiligheids- en luchtvaartregels.
Evaluatie en vervolg
De pilot loopt van 1 juli 2026 tot en met medio 2028. In deze periode worden ervaringen verzameld over het gebruik van drones, mogelijke overlast en de effecten op de leefomgeving. Ook signalen uit de praktijk worden meegenomen. Op basis daarvan wordt beoordeeld of aanpassing van provinciale – en mogelijk landelijke – regelgeving wenselijk is.
