Op één van de drukste punten van Den Haag staat sinds 1963 het provinciehuis van Zuid-Holland. Het bestaat uit 4 gebouwen die samen het provinciehuis vormen. In het hoofdgebouw huisvest het democratisch gekozen bestuur van Zuid-Holland.
Het provinciebestuur heeft een lange geschiedenis van meer dan 200 jaar. Sinds 1975 vergadert het hier en neemt het hier haar besluiten. In de Statenzaal komen de 55 Statenleden bijeen die de inwoners van Zuid-Holland vertegenwoordigen. Vanuit deze zaal kijk je direct uit op het Malieveld, de bekende plek in Den Haag voor demonstraties en evenementen.
Het provinciehuis is veel meer dan alleen een plek waar besluiten worden genomen. Het is de plek waar we samenwerken aan grote maatschappelijke opgaven. Hier worden ook lastige kwesties en verdelingsvragen voor de regio besproken en knopen doorgehakt. Alles draait er om samen komen en samenwerken. Dat doen we met partners, met inwoners die inspreken of meedoen aan participatie, en met vernieuwende start-ups en ondernemers.
Met de renovatie van het hoofdgebouw, een beschermd Rijksstadsgezicht, hebben we oorspronkelijke materialen zoveel mogelijk behouden of opnieuw gebruikt.De markante deuren van de eerdere Statenzaal zijn bijvoorbeeld nog steeds aanwezig.Door circulair gebruik van materialen is verspilling tijdens de renovatie beperkt. Voor nieuwe materialen is gekozen vooreen verantwoorde herkomst.
Vanaf het begin past het gebouw zich aan de veranderende rol van de provincie aan. Vroeger was de provincie meer gesloten en hiërarchisch. Nu is het een open en transparante organisatie waar samenwerken centraal staat en iedereen welkom is.
Ook het gebouw is in de loop der jaren steeds opener geworden, zeker bij de laatste renovatie van het hoofdgebouw. De entree is transparanter gemaakt en de Statenzaal heeft een nieuwe plek aan de Zuid-Hollandlaan gekregen. Door de glazen gevel is er een duidelijke zichtlijn en verbinding met de stad Den Haag.
Het hoofdgebouw van het provinciehuis Zuid-Holland is energieneutraal. Er liggen zonnepanelen op het dak en er is energieopslag in de bodem. Zo wekken we de energie voor het gebouw duurzaam en lokaal op.Het hoofdgebouw is zo ingericht dat we het later makkelijk kunnen aanpassen. Bijvoorbeeld als onze wensen veranderen of als er nieuwe techniek komt.