In Zuid-Holland zijn veel voormalige stortplaatsen. Door uitbreiding van dorpen en steden werd regelmatig naar een nieuwe afvallocatie gezocht. En dan werd de oude stortplaats gesloten. Omdat deze voormalige stortplaatsen vaker vervuild zijn, is het nodig dat de bodem en het grondwater op deze locaties regelmatig wordt gecontroleerd. Dat is wettelijk bepaald. Dit heet nazorg.
Een deel van de oude stortplaatsen ligt door de ruimtelijke ontwikkelingen in de buurt van de bebouwde kom en is interessant voor herontwikkeling voor recreatie of wonen.
Wet bodembescherming, Omgevingswet en warme overdracht
Het wettelijk kader voor de nazorg van voormalige stortplaatsen rust voor een groot deel op de Wet bodembescherming en de Omgevingswet. Tot 2023 waren provincies en grotere gemeenten bevoegd gezag voor bodemtaken. Bij de intrede van de Omgevingswet zijn deze bevoegdheden van de provincies naar de gemeenten gegaan. De voormalige stortplaatsen zijn deels meegegaan in het project "warme overdracht", waarbij de provincie zorgt voor een zorgvuldige overdracht van de voormalige stortplaatsen naar de gemeenten.
Onderzoek Schadelijke stoffen in grondwater voormalige stortplaatsen
In Zuid-Holland wordt bij 20 voormalige stortplaatsen onderzocht of daaruit niet eerder onderzochte stoffen zich verspreiden via het grondwater. Het gaat hierbij om schadelijke, Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS).
Aanleiding hiervoor is een onderzoek uit 2023 waarbij enkele Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in het grondwater bij een gesloten stortplaats in Zuid-Holland zijn aangetoond. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de omgevingsdiensten in de provincie Zuid-Holland samen met bureaus ATKB en Afvalzorg. De resultaten van het onderzoek worden eind 2026 verwacht.