Deel dit op
Op deze pagina vind je de besluiten van Gedeputeerde Staten sinds 1 januari 2017, inclusief de toelichting en de bijlagen. Zo kun je nagaan welke besluiten het college heeft genomen en waarom.
De besluiten van Provinciale Staten vind je in het Stateninformatiesysteem.
De publicaties op deze pagina zijn uitsluitend informatief; ze zijn geen officiële bekendmaking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht of Provinciewet. Je kunt er geen rechten aan ontlenen.
Woo-verzoeken: Bekijk de informatie over informatieverzoek Wet open overheid.
Huidige resultaten: 11-20
De provincie Zuid-Holland stelt voor om vijf aangenomen moties in Provinciale Staten op 25 maart 2026 over waterbeleid als uitgevoerd te beschouwen. Het betreft hier de moties: o Motie 1944 – Partij voor de dieren / Van Vliegen: Jaarlijkse gezamenlijke voortgangsrapportage waterschappen aan PS o Motie 1945 – CU / Witte: Stedelijk waterbeheer o Motie 1947 – SGP / De Jager: Bij goede waterkwaliteit ruimte geven o Motie 1948 – SGP / De Jager: Oevergrondwaterwinning onder veen o Motie 1951 – BBB / Veldhuijzen: Actualiteit en volledige bronduiding als basis voor waterbeleid De voorstellen richten zich op betere informatievoorziening, samenwerking en onderbouwing van beleid. Zo wordt bestaande informatie over de waterkwaliteit gebundeld in een jaarlijkse rapportage voor Provinciale Staten, ondersteund door een nieuwe monitoringstool. Voor stedelijk waterbeheer blijft de provincie gemeenten en waterschappen ondersteunen en verbinden, zonder hun verantwoordelijkheden over te nemen. Daarnaast gaat de provincie met het Rijk in gesprek over mogelijkheden voor meer gebiedsgericht maatwerk waar de waterkwaliteit op orde is. Ook worden gesprekken met drinkwaterbedrijven geïntensiveerd over duurzame winningstechnieken. Tot slot blijft de provincie werken met actuele en zorgvuldig gevalideerde meetgegevens, waarbij aanvullende praktijkinformatie wordt betrokken als deze voldoet aan kwaliteitseisen.
9 juni 2026
Gedeputeerden Staten besluiten de Trendrapportage Kantorenmarkt Zuid-Holland 2026 ter kennisname aan Provinciale Staten te sturen. De provincie werkt aan een welvarend en krachtig Zuid-Holland met ruimte voor ondernemerschap. Een goed vestigingsklimaat met een sterke kantorenmarkt draagt hieraan bij. Daarbij is het van belang dat er voldoende kantoren zijn van de juiste kwaliteit op de juiste locaties. In lijn met het provinciaal beleid wordt met name in de goed met OV ontsloten centrumgebieden de kantorenontwikkeling mogelijk gemaakt. Op minder geschikte kantorenlocaties wordt ingezet op transformatie van verouderde kantoorgebouwen naar bijvoorbeeld woningbouw. Monitoring is belangrijk om tijdig op nieuwe ontwikkelingen te kunnen inspelen. In dat kader stelt Cushman & Wakefield in opdracht van de Provincie Zuid-Holland jaarlijks de Trendrapportage Kantorenmarkt Zuid-Holland op.
9 juni 2026
JA21 heeft vragen gesteld vooruitblikkend op de ingang van de Pseudo-eindheffing per 1 januari 2027 en wat voor impact dit gaat hebben op de laadgelegenheid in Zuid-Holland. GS heeft de vragen beantwoord en aangeven hoe de provincie middels de o.a. de aanpak netcongestie en Regionale Aanpak laadinfrastructuur (RAL) Zuidwest probeert te faciliteren dat er voldoende laadgelegenheid komt.
9 juni 2026
Gedeputeerde Staten hebben het subsidieplafond 2026 voor de subsidieregeling cofinanciering EFRO 2022-2027 Zuid-Holland verhoogd met € 400.000. Deze subsidie komt ten goede aan partijen die een aanvraag zullen indienen in het kader van het Kansen voor West III programma. Kansen voor West is het samenwerkingsverband tussen de vier Randstedelijke provincies (Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland) en de vier grote steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht (P4G4) dat uitvoering geeft aan het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) voor landsdeel West. Met deze ophoging kan de provincie Zuid-Holland meer projecten aanjagen die worden aangevraagd onder het Innovatieprogramma Energie & Klimaat binnen Kansen voor West.
2 juni 2026
Gedeputeerde Staten hebben een aantal wijzigingen vastgesteld voor de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 (Srg). Voor paragraaf 2.6 Pachtafkoop en grondverwerving NNN is een verduidelijking in de subsidiabele kosten opgenomen. Paragraaf 2.7 Beschermde natuurmonumenten is geactualiseerd voor de doelgroep die deze subsidie kan aanvragen. En voor paragraaf 2.13 Verbeteren waterkwaliteit is een aanvullende weigeringsgrond opgenomen om te voorkomen dat voor eenzelfde activiteit meerdere keren subsidie kan worden verstrekt. Zo sluit de regeling beter aan bij de bedoeling ervan. Daarnaast is voor paragraaf 2.6 het deelplafond opgehoogd met € 3.925.000,- tot € 5.525.000,-. Voor paragraaf 2.7 is het deelplafond met € 20.000,- verlaagd tot € 10.380,-. Deze wijzigingen zijn ook doorgevoerd in het hoofdplafond van de Srg. Het hoofdplafond bedraagt nu € 36.646.851,-.
2 juni 2026
Gedeputeerde Staten hebben schriftelijke vragen van D66 beantwoord met betrekking tot een bedrijventerrein langs de A4 bij Roelofarendsveen. D66 had hierover vragen gesteld naar aanleiding van de GS-brief inzake "Afhandeling toezegging plussen en minnen locaties bedrijventerrein A4 Kaag en Braassem". D66 had nog verschillende vragen over de landschappelijke en weidevogelwaarden en de ontwikkelpotentie van de twee locaties. Gedeputeerde Staten hebben deze vragen beantwoord en nogmaals aangegeven dat zij de locatie Ripselaan niet als een geschikt alternatief zien voor Veenderveld II. GS houden daarom vast aan de locatie Veenderveld II. Als alternatief kan de herontwikkeling van een deel van het verouderde glastuinbouwgebied Floraweg/Geestweg gezamenlijk met de gemeente Kaag en Braassem worden onderzocht.
2 juni 2026
Gedeputeerde Staten geeft antwoord op de vragen van de fractie van de SGP over de OER t.a.v. Herziening Omgevingsbeleid 2025 en het plan-MER voor windenergie in Lansingerland.
2 juni 2026
Door de afsluiting van de Papendrechtsebrug, die gepland staat van 17 juli 2026 tot en met 21 april 2027, en de snelheidsbeperking bij station Sliedrecht Baanhoek, hebben Gedeputeerde Staten in overleg met Rijkswaterstaat en Qbuzz besloten akkoord te gaan met een aantal tijdelijke aanpassingen op de uitvoering van de dienstregeling op de MerwedeLingelijn: Fietsen kunnen niet worden meegenomen tussen Dordrecht en Geldermalsen. Hierdoor staan treinen korter op de stations en kunnen ze beter op tijd rijden. Bovendien is er zo ruimte voor meer passagiers; De treinlijn tussen Dordrecht – Gorinchem stopt niet op station Hardinxveld-Giessendam. Daardoor heeft dit station maar twee treinen per uur per richting. Op tijden dat er een halfuurdienst actief is (’s avonds en ’s zondags), wordt station Hardinxveld-Giessendam ook met een halfuurdienst bediend. Het doel van deze maatregelen is om reizigers een zo betrouwbaar mogelijke dienstregeling te bieden en ervoor te zorgen dat zo min mogelijk reizigers hinder ondervinden. Aanvullend worden door Rijkswaterstaat 500 extra deelfietsen in de regio geplaatst. Deze fietsen kunnen dagelijks twee uur gratis worden gebruikt. Zodra de snelheidsbeperking voorbij is: Onderzoeken we of het mogelijk is fietsen buiten de spits weer toe te laten; Stoppen alle treinen weer op station Hardinxveld-Giessendam.
2 juni 2026
Gedeputeerde Staten sturen Provinciale Staten een behandelvoorstel voor de volgende moties: M1956: Sturen op energieonafhankelijkheid M1967: Geopolitieke belangen laten meewegen bij keuzes over de energietransitie M1968: Doelstelling hoeveelheid duurzame opwek vaststellen M1963: Prioriteer energieoplossingen voor de winter M1957: Lokaal eigendom als richtinggevend principe M1954: Zuid-Holland als 1 regio M1973: Versnelling en duidelijke beslismomenten energieopwekking Met dit behandelvoorstel lichten Gedeputeerde Staten toe hoe we deze moties betrekken bij de uitvoering van het plan waarbij we toewerken naar een voorkeursscenario voor energieopwekking in Zuid-Holland na 2030.
2 juni 2026
Partij voor de Dieren (PvdD), Pro, Volt, SP en D66 hebben statenvragen gesteld over de deelname van de provincie aan de drie corso’s: het Bloemencorso Bollenstreek, het Varend Corso Westland en de Flower Parade Rijnsburg. De vragen gaan over de doelstellingen van de provincie bij de deelname aan de corso’s en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij het telen van de bloemen die gebruikt worden voor de corso’s. Gedeputeerde Staten geven in het antwoord op deze vragen aan dat de provincie deelneemt omwille van zichtbaarheid in de regio en daarbuiten, vanwege het belang van de tuinbouwsector voor Zuid-Holland en omdat de provincie een bestuurlijke betrokkenheid heeft. Het provinciale beleid is erop gericht om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. Het college ziet de deelname aan de corso’s als een middel om de transitie naar duurzamere teelt te versnellen, naast de inzet op diverse projecten, samen met de Greenports en andere partners.
2 juni 2026