Beantwoording Statenvragen 4447 - Spoorvervoer in Rotterdamse haven loopt tegen grenzen aan
Provinciale Staten hebben vragen gesteld over de beperkte capaciteit van het spoor in de Rotterdamse haven. Uit onderzoek blijkt dat de knelpunten niet alleen worden veroorzaakt door een tekort aan infrastructuur, maar ook door een inefficiënte organisatie van het goederenvervoer. Doordat vervoerders onvoldoende samenwerken, ontstaan onnodige ritten en wachttijden.
Het college deelt de zorg dat dit gevolgen kan hebben voor de concurrentiepositie van de haven en het vestigingsklimaat van Zuid-Holland. Omdat de ruimte voor aanleg van extra spoor beperkt is, ligt de focus op beter gebruik van de bestaande infrastructuur. Daarnaast zijn investeringen nodig, onder meer in emplacementen en de inzet van langere treinen van 740 meter. Deze investeringen vallen onder de verantwoordelijkheid van het Rijk en ProRail.
De provincie beheert het hoofdspoor niet, maar draagt als partner bij aan oplossingen via onder andere het programma Topcorridors en het Realisatiepact Rotterdam. Daarbij worden knelpunten geagendeerd, onderzoeken mede gefinancierd en ontbrekende schakels in het logistieke netwerk aangepakt, zoals een terminal voor niet-kraanbare trailers in het achterland. Ook binnenvaart en Europese subsidies spelen hierbij een rol. Provinciale Staten worden periodiek geïnformeerd over de voortgang.