Gedeputeerde Staten hebben het behandelvoorstel voor motie 1910 ‘Meten is weten’ vastgesteld. In dit voorstel staat dat de kwaliteit van de natuur vooral wordt beoordeeld met echte metingen en waarnemingen. Bijvoorbeeld door het in kaart brengen van planten, het tellen van dier- en plantensoorten en het meten van de kwaliteit van water en bodem. Modellen worden alleen als aanvulling gebruikt. Dit gebeurt vooral voor het berekenen van stikstof en voor waterbeheer. De uitvoering van het natuurbeheer wordt gevolgd met voortgangsgesprekken en veldbezoeken. Deze veldbezoeken horen bij de subsidie voor natuur- en landschapsbeheer. Daarbij is extra aandacht voor het doorgaan van het beheer en het nakomen van afspraken. Ook in de Natura 2000-gebieden vinden elk jaar veldbezoeken plaats. Daarnaast wordt elke twee jaar een tussentijdse analyse gemaakt van alle 21 Natura 2000-gebieden in Zuid-Holland. Zo wordt bekeken of de beheerplannen goed werken en of de uitvoering op schema ligt. De provincie informeert ieder jaar over de voortgang via de planning- en controlcyclus (P&C-cyclus).