Maatschappelijke initiatieven bouwen mee aan een circulair Zuid-Holland
Hoe kan de provincie beter samenwerken met inwoners die zich organiseren om hun omgeving duurzamer en socialer te maken? Met het programma Commons in Residence onderzocht de provincie Zuid-Holland hoe maatschappelijke initiatieven en overheid elkaar kunnen versterken. 6 initiatieven gingen een halfjaar met provincieambtenaren aan de slag. De belangrijkste opbrengst: niet alleen nieuwe inzichten voor de initiatieven, maar ook lessen voor de overheid.
In Zuid-Holland zijn veel inwoners actief bezig met het delen, repareren, hergebruiken en samen organiseren van voorzieningen. Ze richten bijvoorbeeld een weggeefwinkel op, zetten zich in voor lokale voedselverdeling of ontwikkelen plekken waar mensen samen circulair kunnen werken. Dit soort initiatieven, die vanuit een gemeenschap ontstaan en niet gericht zijn op winst, worden ook wel commons genoemd.
De provincie werkt al langer samen met bedrijven en startups aan maatschappelijke vraagstukken. Via het programma Startup in Residence zijn bijvoorbeeld verschillende circulaire startups betrokken geweest bij provinciale uitdagingen. Maar de samenwerking met maatschappelijke initiatieven vraagt om een andere aanpak. Deze initiatieven zijn geen bedrijven en ook geen overheid. Ze ontstaan vanuit inwoners zelf en werken vaak tegelijk aan verschillende maatschappelijke doelen. De taal, regels en financieringsmogelijkheden van de overheid kunnen deze gemeenschapskracht nog niet altijd goed faciliteren.
Met Commons in Residence wilde de provincie daar verandering in brengen. De centrale vraag: hoe kunnen overheid en maatschappelijke initiatieven elkaar beter vinden en op een gelijkwaardige manier samenwerken aan een circulaire toekomst?
6 initiatieven, één gezamenlijk leertraject
Na een open oproep meldden zich verschillende maatschappelijke initiatieven. 6 daarvan gingen met de provincie aan de slag. Elk initiatief had een eigen achtergrond, ambitie en ontwikkelvraag. Het programma bood ruimte om die vragen verder te onderzoeken en tegelijkertijd van elkaar te leren.
Een halfjaar lang wisselden de initiatiefnemers en provincieambtenaren kennis en ervaringen uit. Onderwerpen waren onder meer het vinden en verbinden van een gemeenschap, het ontwikkelen van een duurzaam bestaansmodel, het zorgen voor de eigen organisatie en het vertellen van een aansprekend verhaal over circulariteit.
De deelnemers bezochten verschillende inspirerende locaties in Zuid-Holland. Zo waren ze te gast bij het weggeefwarenhuis Delen is Helen in de Rotterdamse Agniesebuurt, de circulaire ambachtenplaats van Stichting Piëzo en het verdeelpunt van de Groente & Fruitbrigade. Op deze plekken werd zichtbaar hoe hergebruik, samenwerking en sociale betrokkenheid samenkomen. De initiatieven laten zien dat een circulaire samenleving niet alleen draait om grondstoffen en producten, maar ook om mensen, gemeenschappen en onderlinge verbondenheid.
De deelnemers deelden ervaringen, dachten met elkaar mee en hielpen elkaar om volgende stappen te zetten. Zo ontstond een netwerk waarin maatschappelijke initiatieven elkaar verder konden brengen.
De overheid moet leren ruimte te geven
Het traject leverde belangrijke inzichten op voor de provincie. Uit de tussentijdse evaluatie blijkt dat de ontwikkelvragen van maatschappelijke initiatieven vaak niet alleen over hun eigen organisatie gaan. Ze lopen juist tegen grotere systeemvragen aan, bijvoorbeeld over financiering, regelgeving, erkenning en mogelijkheden om hun activiteiten uit te breiden.
Ook werd duidelijk dat initiatieven vaak integraal werken aan verschillende maatschappelijke opgaven, terwijl de overheid is georganiseerd in afzonderlijke beleidsterreinen en financieringsstromen. Daardoor is het voor initiatieven niet altijd eenvoudig om de juiste ingang te vinden.
De rol van de overheid vraagt daarom om maatwerk. Wat een initiatief nodig heeft, verschilt per ontwikkelfase. Soms is dat financiële ondersteuning, maar vaak is het juist waardevol als de provincie partijen met elkaar verbindt, helpt om de juiste beleidscollega's te vinden of ruimte biedt om te experimenteren.
Een belangrijke les is dat de initiatiefkracht al aanwezig is voordat de overheid betrokken raakt. De provincie hoeft dus niet zelf oplossingen te bedenken, maar kan vooral helpen door initiatieven te herkennen, te faciliteren en te versterken. Ook vertrouwen, goede relaties en wederzijds leren zijn waardevolle opbrengsten, zelfs wanneer daar niet direct een concreet project of beleidsresultaat uit voortkomt.
Van Commons in Residence naar Samen bouwen aan Gemeenschapskracht
De ervaringen uit Commons in Residence krijgen een vervolg in de nieuwe, langlopende provinciale opdracht Versterken van Gemeenschapskracht. Daarmee wil de provincie leren hoe zij de kracht van lokale gemeenschappen duurzaam kan versterken en hoe we met commons kunnen samenwerken aan provinciale opgaven.
De eerste focus ligt op de energietransitie en de circulaire samenleving. Maar maatschappelijke initiatieven dragen vaak aan veel meer bij. Denk aan biodiversiteit, gezondheid, voedsel, armoedebestrijding, sociale cohesie en brede welvaart. Juist doordat deze initiatieven verschillende thema's met elkaar verbinden, kunnen ze ook bijdragen aan andere provinciale doelen.
Met de opdracht wil de provincie het potentieel van de samenleving beter erkennen en leren hoe zij zelf een responsievere overheid kan worden. Dat betekent: niet alleen beleid maken voor inwoners, maar ook vaker naast maatschappelijke initiatieven gaan staan en samen onderzoeken wat nodig is. Tegelijkertijd wil de provincie initiatieven de ruimte geven om zich verder te ontwikkelen en een stevigere positie te krijgen als maatschappelijke partner, naast overheid en markt.
De opdracht startte op 1 september 2026 en loopt meerdere jaren. In de eerste fase worden de aanpak en programmering verder uitgewerkt. De provincie kiest daarbij voor een lerende werkwijze: doen, leren, delen en bijsturen. In 2029 wordt de opdracht geëvalueerd.
Samen verder bouwen
Op 3 november stond een speciale editie van het Commons Café bij grandcafé De Utopie in Den Haag in het teken van de afronding van Commons in Residence. De deelnemers stonden stil bij de vragen en thema's uit het traject, deelden de opbrengsten en werkten verder aan hun ideeën. De lessen uit het programma vormen een basis voor het vervolg van de opdracht Gemeenschapskracht.
De belangrijkste conclusie? Een circulaire en veerkrachtige samenleving bouw je niet alleen met overheden, bedrijven en kennisinstellingen. Ook inwoners die zich organiseren en samen verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving, zijn onmisbaar. De provincie wil die kracht beter leren herkennen, verbinden en versterken. Niet door het over te nemen, maar door ruimte te maken voor wat er in de samenleving al gebeurt.


