Spoedlocaties bodemsanering




De provincie Zuid-Holland steekt veel energie in de aanpak van ernstige bodemverontreiniging. Met prioriteit voor locaties waar de verontreiniging een risico vormt voor mens, plant of dier. Zoals landelijk afgesproken in het Bodemconvenant heeft het provinciebestuur een programma gemaakt voor de aanpak van spoedlocaties.

In Zuid-Holland bevinden zich duizenden locaties met minimaal een verdenking op bodemverontreiniging. Verontreinigingen zijn niet altijd even risicovol. Veelal levert de verontreiniging geen beperking op voor de functie van het terrein maar levert het pas problemen op als er wordt gegraven of als er sprake is van een functieverandering. Dat is dan ook het moment dat maatregelen worden getroffen.

De locaties met de grootste kans op risico zijn opgenomen in het programma aanpak spoedlocaties. Deze locaties krijgen prioriteit voor onderzoek en sanering.

Waar nodig heeft de provincie tijdelijke beveiligingsmaatregelen genomen, bijvoorbeeld door een hek te plaatsen om het betreffende terrein. Deze maatregelen zijn tijdelijke, omdat alle locaties op de lijst uiterlijk in 2015 moeten worden aangepakt. Uitgangspunt is dat de risico’s worden weggenomen en de bodem geschikt wordt gemaakt voor het gebruik

Landelijke aanpak

De afgelopen decennia hebben overheden en particulieren al op duizenden locaties in Zuid-Holland gesaneerd. De landelijke bodemsaneringsoperatie wordt aangestuurd door de provincies en een aantal grote gemeenten. In Zuid-Holland zijn 5 gemeenten zelf verantwoordelijk voor hun spoedlocaties: Den Haag, Dordrecht, Leiden, Rotterdam en Schiedam. Buiten deze gemeenten zorgt de provincie voor sanering van de spoedlocaties.

Aanpak Provincie Zuid Holland

De Provincie heeft de uitvoering van bodemtaken ondergebracht bij de regionale omgevingsdiensten. Per geval beoordeelt de Omgevingsdienst welke maatregelen nodig zijn en wie deze moet uitvoeren. In een aantal gevallen neemt de Omgevingsdienst initiatief voor het onderzoek en sanering namens de Provincie. In veel gevallen is de eigenaar zelf verantwoordelijk volgens de Wet bodembescherming voor de daadwerkelijke sanering.

De aanpak van bodemverontreiniging maakt steeds meer deel uit van reguliere ruimtelijke projecten. Door samenloop met die werkzaamheden en het in de planvorming rekening houden met de aanwezige bodemverontreiniging kunnen kosten worden bespaard.

Voor verontreinigingen in het stedelijke gebied heeft de provincie met diverse gemeenten afspraken gemaakt over de uitvoering van bodemonderzoek en -sanering. Kern van die afspraak is dat de gemeenten het onderzoek en de sanering in het stedelijke gebied verzorgt. Gemeenten hebben daarbij de mogelijkheid om aan te sluiten bij de eigen planvorming, projecten en haar eigen ambities voor wat betreft de leefomgevingskwaliteit. De gemeenten ontvangen hiervoor subsidie op grond van het Investeringsbudget Stedelijk Vernieuwing.

Alle onderzoeken en saneringen die door overheden of derden worden uitgevoerd, moeten worden voorgelegd aan de Omgevingsdienst. De omgevingsdienst toets deze aan de richtlijnen en het bodemsaneringsbeleid.

Voor informatie over specifieke locaties kunt u contact opnemen met  een van de omgevingsdiensten in Zuid-Holland.