Warmte-koudeopslag




Bij warmte-/koudeopslag wordt energie tijdelijk ondergronds opgeslagen in watervoerende lagen. Deze opgeslagen energie wordt gebruikt om de temperatuur binnen gebouwen of kassen te regelen. Er zijn 2 systemen voor verschillende toepassingen, namelijk open en gesloten systemen.

Open systemen

Open systemen, waarvoor de provincie vergunning verleent, bestaan uit een koude en een warme bron. ’s Zomers wordt koud water opgepompt en gebruikt voor koeling van een gebouw. De omgevingswarmte wordt door een warmtewisselaar overgedragen aan het grondwater. Het verwarmde grondwater wordt weer in de bodem geïnfiltreerd naar de andere bron, daar ontstaat op den duur een warme bel. In de winter wordt het warme grondwater opgepompt om het gebouw te verwarmen, waarna het afgekoelde water weer in de bodem wordt gepompt. De ondergrond fungeert dus als een soort oplaadbare batterij. Met deze techniek is een energiebesparing van circa 50% voor verwarming en 80% voor koeling mogelijk. Deze techniek wordt vooral toegepast in kantoren, scholen en ziekenhuizen en in de glastuinbouw.

Gesloten systemen

Gesloten systemen bestaan uit in de ondergrond aangebrachte lussen, waardoor de warmte of de koude aan het grondwater wordt overgedragen. Er is dus geen direct contact tussen de vloeistof en het grondwater. Deze techniek wordt vooral toegepast in de woningbouw voor vrijstaande woningen. Voor deze systemen is meestal geen vergunning nodig, maar kan wel een meldingsplicht gelden.

Risico’s

Warmte-/koudeopslag is niet zonder risico’s. Door wisseling in de grondwaterstromen kan verzakking optreden. Als er geen goede balans is tussen warmte en koude in de bodem, kan het rendement van het systeem afnemen. Ook neemt bij meer systemen de kans toe dat zij elkaar beïnvloeden.

Om de risico’s te minimaliseren is voor open systemen een vergunning op basis van de Waterwet noodzakelijk. De provincie verleent deze vergunning met een wettelijke proceduretermijn van maximaal 6 maanden. Overblijvende risico’s zijn voor rekening van de gebruiker zelf.

Vanwege de mogelijk negatieve invloed op onder- of bovengronds ruimtegebruik zijn open systemen in het stedelijk gebied en glastuinbouwgebieden in principe niet toegestaan in het eerste watervoerende pakket, een waterhoudende zandlaag die voor dergelijke systemen geschikt is. De systemen moeten in diepergelegen pakketten worden aangelegd. Hoewel de provincie het gebruik van de bodem faciliteert, hecht zij ook veel waarde aan de bescherming van de bodem. Daarom wordt de vergunninghouder periodiek gecontroleerd op naleving van de voorschriften.

Bodemenergieplan

Bij vergunningverlening geldt het principe 'wie het eerst komt, het eerst pompt'. Hierdoor wordt opslagcapaciteit van de bodem niet optimaal benut. Met een gebiedsgerichte, planmatige aanpak (bodemenergieplan) is dit wel te bereiken. De provincie wil zo'n aanpak faciliteren en heeft daarom de ‘Beleidsregel open bodemenergiesystemen in bodemenergieplannen Zuid-Holland 2016 (pdf, 406 kB)’ vastgesteld.  Kern hiervan is dat als een gemeente een bodemenergieplan opstelt dat aan de kwaliteitseisen voldoet, de provincie in het stedelijk gebied en tuinbouwgebied bodemenergiesystemen toestaat in het eerste watervoerende pakket, mits het bodemenergieplan dit ondersteunt.

Een overzicht van de verschillende aspecten bij warmte-/koudeopslag kunt u vinden op de kaart voor ambitiegebieden.