WarmtelinQ tracé Vlaardingen – Den Haag




Om de warmtevoorziening in Nederland te verduurzamen zijn in het Klimaatakkoord afspraken gemaakt, onder andere over het gebruik van restwarmte uit het Rotterdamse havengebied. Gebruik van deze restwarmte kan een grote bijdrage leveren aan de verduurzaming van de warmtevoorziening van woningen en gebouwen in Zuid-Holland. Dat past ook binnen onze ambitie Schone energie voor iedereen. Daarom is het plan opgevat om een regionaal warmtenetwerk (de ‘warmterotonde’) te ontwikkelen. Diverse delen van dit netwerk zijn al in gebruik, onder andere in Rotterdam en Vlaardingen. Andere delen moeten nog worden aangelegd. Een daarvan is de warmtetransportleiding tussen Vlaardingen en Den Haag.

Wat is de warmtetransportleiding?

Met deze transportleiding, ook wel WarmtelinQ tracé Vlaardingen – Den Haag (voorheen Leiding door het Midden), kan restwarmte uit de Rotterdamse haven en hernieuwbare warmte naar het bestaande warmtenet van Den Haag worden getransporteerd. Het tracé heeft een lengte van 23 kilometer en loopt door de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Delft, Midden-Delfland, Schiedam en Vlaardingen. De warmteleiding bestaat in feite uit een aanvoerleiding en een retourleiding en een pompstation in de gemeente Delft. Met WarmtelinQ kunnen op termijn circa 155.000 woningen gebruik maken met rest- en hernieuwbare warmte. Ten opzichte van de traditionele gasgestookte cv-ketels levert dit een CO2-reductie op van 60%. De transportleiding creëert bovendien kansen voor de aansluiting hierop van nieuwe lokale warmtenetten in de andere gemeenten langs het tracé en voor de ontsluiting van andere lokale duurzame warmtebronnen. De transportleiding wordt ontwikkeld door LdM C.V. Dit is een werkmaatschappij van de Gasunie N.V. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft de Gasunie het project WarmtelinQ overgenomen van energiebedrijf Eneco.

Wat doet de provincie?

De provincie heeft de realisatie van het regionaal warmtenetwerk als provinciaal belang opgenomen in het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland. Voor de ontwikkeling van het netwerk is in 2017 de Warmtealliantie opgericht. Hierin nemen deel het Warmtebedrijf Rotterdam WbR, Eneco, Gasunie, Havenbedrijf Rotterdam (HbR), provincie Zuid-Holland en gemeente Rotterdam. Omdat de warmtetransportleiding tussen Vlaardingen en Den Haag een belangrijk onderdeel van het regionaal warmtenetwerk vormt, heeft LdM C.V. de provincie gevraagd om voor het project een Provinciaal inpassingsplan (PIP) op te stellen en de provinciale coördinatieregeling toe te passen. Een inpassingsplan is een bestemmingsplan op provinciaal niveau. Dit heeft als voordeel dat de voorbereiding integraal en in nauwe samenwerking met de gemeenten verloopt, maar dat de ruimtelijke besluitvorming bij één bevoegd gezag ligt, namelijk Provinciale Staten. Dat maakt het proces efficiënter en worden onnodige procedurele risico’s voorkomen.

Waar staan we nu?

  • Eind oktober-2020: Indienen formele vergunningaanvragen bij de bevoegde gezagen.
  • Begin december 2020: Ontwerpbesluiten gereed en ontvangen door Pzh.
  • Eind januari 2021: Start inspraak ontwerp PIP, ontwerpbesluiten en het Combi-MER.
  • Oktober 2021: Vaststellen van het PIP door Provinciale Staten en start beroepsprocedure.

Op 27 oktober 2020 heeft Warmtelinq de formele vergunningsaanvraag gedaan bij de bevoegde gezagen. Dit betekent voor de planning dat eind januari 2021 het ontwerpinpassingsplan, het Combi-MER en de ontwerpbesluiten van de benodigde vergunningen gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Dan is er (opnieuw) gelegenheid om zienswijzen in te dienen. Dit wordt aangekondigd in o.a. de Staatscourant, diverse huis-aan-huisbladen en op deze website.

Naar verwachting worden dan in oktober 2021 het MER, het provinciale inpassingsplan en de vergunningen vastgesteld. Belanghebbenden kunnen dan dus op basis van deze planning vanaf oktober 2021 binnen 6 weken tegen het PIP en de vergunningen beroep instellen bij de Raad van State.

De Crisis- en herstelwet is van toepassing op WarmtelinQ tracé Vlaardingen – Den Haag. Die geldt namelijk voor alle besluiten over de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten ten behoeve van het transport of het leveren van duurzame energie. Daarbij gaat het om de besluiten over het inpassingsplan en de benodigde vergunningen (zie afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet(verwijst naar een andere website)). Dit heeft name invloed op de beroepsfase omdat daardoor de versnelde behandeltermijn voor de afdoening van beroepschriften door de Raad van State van toepassing is (6 maanden in plaats van 12 maanden).

Wat is vooraf gegaan?

Op 18 december 2019 hebben Provinciale Staten besloten de procedure voor de vaststelling van het provinciale inpassingsplan (PIP) en de provinciale coördinatieregeling (PCR) toe te passen, wat inhoudt dat beide processen gelijktijdig worden uitgevoerd. Dat wil zeggen de tracékeuze, de wijze van uitvoering en alle benodigde uitvoeringsbesluiten (waarvoor de bevoegde gezagen verantwoordelijk blijven) maken deel uit van het gelijktijdige besluitvormingsproces.

Voor het PIP en de uitvoeringsbesluiten wordt ook een uitgebreide m.e.r.-procedure doorlopen voor een milieueffectrapportage (MER). De provincie, de overige bevoegde gezagen en LdM C.V. hebben gezamenlijk besloten dat voor het project een gecombineerd plan- en project-MER wordt opgesteld (een Combi-MER). In het plan-MER worden de effecten van de warmtetransportleiding en de alternatieven in beeld gebracht. In het project-MER worden de verschillende milieueffecten van het voorlopig voorkeurstracé (zoals ecologie, bodem enz.) in beeld gebracht en vergeleken met een alternatief.

Ter voorbereiding van dit Combi-MER is door LdM C.V. een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld. In deze notitie wordt de realisatie van de warmtetransportleiding nader toegelicht en is beschreven welke milieueffecten in het MER zouden worden onderzocht. Op 18 december 2019 hebben Provinciale Staten de NRD vastgesteld en besloten dat deze ter inzage werd gelegd. De publicatie van de NRD vormde de start van de MER-procedure. De NRD heeft digitaal en op papier ter inzage gelegen van 17 januari tot en met 27 februari en kon er door iedereen een zienswijze worden ingediend. Zowel op de hele NRD als de te onderzoeken tracés. De provincie heeft de NRD ook voorgelegd aan alle wettelijke adviseurs en bestuursorganen die geraadpleegd moeten worden. De reacties zijn verwerkt in een Advies Reikwijdte en Detailniveau (ARD) die door Gedeputeerde Staten op 26 mei 2020 is vastgesteld. Hiermee is het milieuonderzoek op verschillende onderdelen uitgebreid.

Op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) zijn de gemeenteraden van de betreffende gemeenten in februari 2020 gehoord door de gedeputeerden mw. Baljeu en mw. Koning.

Gedeputeerde Staten hebben op 7 juli 2020 het voorontwerp-inpassingsplan Warmtetransportleiding Vlaardingen – Den Haag vrijgegeven voor consultatie bij de vooroverlegpartners in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Er zijn 4 vooroverlegreacties ingekomen die worden betrokken bij de besluitvorming door GS over de vaststelling van het ontwerpinpassingsplan. De reactie van Gedeputeerde Staten op deze ingekomen reacties is vastgelegd in een Vooroverlegnota die Gedeputeerde Staten hebben vastgesteld op 10 november 2020. Dit vormt de opstap naar het ontwerpinpassingsplan warmtetransportleiding Vlaardingen-Den Haag.

Op 27 oktober 2020 heeft LdM CV vergunningaanvragen voor dit project ingediend bij de verschillende bevoegde gezagen.

Procedure en planning

De belangrijkste stappen in de wettelijke procedures voor het provinciaal inpassingsplan (PIP), het MER en de benodigde vergunningen met toepassing van de Provinciale Coördinatieregeling (PCR) zijn:

  1. Startbeslissing PIP/PCR en vaststellen NRD (afgerond). De beslissing van Provinciale Staten op 18 december 2019 is het startsein voor zowel het PIP als het toepassen van de PCR. Aangezien voor dit project een Passende beoordeling/MER moet worden opgesteld, is in deze stap ook de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vastgesteld.
  1. Kennisgevingen PIP/PCR, ter inzage NRD, zienswijzen/adviezen betrekken bij het Advies reikwijdte en detailniveau (afgerond).
  2. Voorbereiding PIP/PCR, horen gemeenteraden en indienen van de vergunningaanvragen (afgerond).
  3. Opstellen MER en concept-PIP en vooroverleg met bestuursorganen, opstellen ontwerpbesluiten PIP en PCR op basis van de ontvangen vooroverleg reacties en vrijgave van de ontwerpstukken.
  4. Kennisgevingen, ter inzagelegging en zienswijzenprocedure voor het ontwerp-PIP, de ontwerpbesluiten PCR en de Combi-MER. Gedurende de zienswijzentermijn (6 weken) kan eenieder een zienswijze indienen op alle stukken die ter inzage liggen. Te zijner tijd zal een informatiebijeenkomst worden gehouden (ter inzagelegging start eind januari 2021).
  1. Opstellen zienswijzennota en toetsingsadvies MER Cie. MER. De Commissie voor de MER geeft het bevoegd gezag een toetsingsadvies op de inhoud van het MER waarbij zij ook de ingekomen zienswijzen kan betrekken Het PIP, de besluiten en het MER worden zo nodig aangepast naar aanleiding van de zienswijzen en/of het advies van de Commissie voor de MER.
  1. Besluitvorming/vaststelling PIP en MER en definitieve besluiten PCR. Provinciale Staten besluiten om het inpassingsplan (inclusief het MER) vast te stellen. Ook besluiten de overige bevoegde gezagen op de ingediende vergunningaanvragen binnen de PCR (oktober 2021).
  1. Kennisgeving tervisielegging vastgesteld PIP, MER en definitieve besluiten en beroepsprocedure. Tegen de genomen besluiten staat voor belanghebbenden rechtstreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien sprake is van een spoedeisend belang kan daarbij tevens een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend. Op grond van de Crisis- en herstelwet dient de Afdeling binnen 6 maanden na afloop van de beroepstermijn op deze beroepen te beslissen (start oktober 2021).
  1. Start uitvoering en evaluatie. In het schema staat de indicatieve planning voor het PIP en de vergunningen binnen de PCR

Na inwerkingtreding van het PIP en de vergunningen kan de initiatiefnemer starten met de uitvoering van het project, tenzij het PIP en/of een of meer vergunningen in de beroepsprocedure zijn geschorst.


Warmterotonde

Planning Provinciaal Inspannings Plan (PIP)