De toezichtpraktijk van de inspecteur



Een gezonde en veilige leefomgeving. Daar werken wij als provincie Zuid-Holland aan. Daarbij gaat het al snel over vergunningverlening, toezicht en handhaving. Beetje abstract. Gelukkig werken er bij de Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten professionals die goed kunnen vertellen hoe de praktijk eruit ziet. En wat hen drijft. Graag laten wij ze aan het woord. Deel 2: de coördinator generiek toezicht en inspecteur van Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid. Over inspectie in coronatijd, de 24/7-wachtdienst en de risico’s die er het meeste toe doen. Aan het woord is Marleen Korn.

“Mijn inspectiewerk bestaat uit informeren, adviseren en handhaven van de wet- en regelgeving die te maken heeft met milieu en veiligheid. Bij mijn Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid werken op de afdeling Toezicht zo’n 40 collega’s. Allemaal inspecteurs en sommigen zijn ook adviseur. We hebben allemaal eigen expertise en ervaring, die we onderling uitwisselen. In ons werkveld veranderen de regels regelmatig. Wij houden daarom elkaar op de hoogte. Ook wisselen we ongeveer om de 3 jaar van portefeuille.

Voor de coronatijd was het gebruikelijk dat wij als inspecteurs vooral onaangekondigd naar bedrijven en instellingen gingen. Dat is nu even anders. We maken een afspraak, nemen desinfecterende middelen mee en als het niet lukt om de anderhalve meter afstand te houden, dan komen we een andere keer terug. In een aantal branches, zoals de verzorgingshuizen, worden de inspecties nu administratief, dat wil zeggen op papier, afgedaan.

Het kan een verschil maken of een ondernemer weet dat we komen of niet. Daarom plannen we afspraken kort van tevoren in. Tijdens een controle denken wij mee met de bedrijven, geven ze de gelegenheid zaken die niet goed zijn te herstellen.

Het hangt wel af van het gevolg van de overtreding en ook van de houding van de ondernemer: is die meewerkend of calculerend. Sommigen willen niet meewerken of de overtreding is dermate ernstig, dat een handhavingstraject of een boete kan volgen. Als de mogelijkheid er is dan zullen we eerst informeren of  waarschuwen. Maar, als het moet, kan ik een last onder dwangsom opleggen of zelfs een strafrechtelijk traject in gang zetten. Dat laatste gaat via een Buitengewoon Opsporingsambtenaar, een BOA, die wij als omgevingsdienst ook in huis hebben.

Ik werk nu 2,5 jaar bij de omgevingsdienst. Mijn eerste inspecties deed ik bij agrarische bedrijven. Daar letten we bijvoorbeeld op de afsluiting en de staat van onderhoud van de mestsilo’s en ook op mogelijk bodemvervuilende stoffen. Later ben ik ook inspecties gaan doen in de industrie en bijvoorbeeld bij waterbedrijven.

Ik neem ook deel aan de 24/7-wachtdienst. Als mensen de klachtentelefoon bellen, dan kom ik in actie. Dan sta ik in het weekend ineens om 5 uur ’s ochtends bij een asbestbrand. Soms is er stank- of geluidsoverlast en is dat snel op te lossen. Het geeft voldoening als je mensen direct kunt helpen. Dat geldt trouwens ook voor zaken die wat langer duren, maar toch tot een goed einde komen.

De laatste tijd houd ik mij meer bezig met de coördinatie van projectmatig generiek toezicht. Bedrijven in de hoogste risicoklasse worden eens per jaar, om het jaar of soms zelfs 2 keer per jaar gecontroleerd. Maar in de klasse daaronder doen we dat projectmatig. In afstemming met onze opdrachtgevers bepalen we op welke thema’s we gaan inspecteren. In de Hoeksche Waard richten we ons dan bijvoorbeeld op agrarische bedrijven en in de Drechtsteden op de metaal-elektro. Dan kijken we naar de risico’s die er het meeste toe doen, bijvoorbeeld de opslag van gevaarlijke stoffen of stoffen die de bodem kunnen verontreinigen.

We werken ook aan vernieuwing en ontwikkeling, zoals de inzet van drones en meer nadruk op gedragsbeïnvloeding. Leuk aan het projectmatig werken is, dat je snel kunt inspelen op de actualiteit. Naar aanleiding van de landelijke toename van het aantal stalbranden is bijvoorbeeld een project bedacht waarbij wij, naast de milieuregels, ook controleren op bouwregels.“