Verordening Lokaal Eigendom bij grootschalige energieprojecten
In de Omgevingsvisie Zuid-Holland (beleidskeuze 3.1.2) is als uitgangspunt vastgelegd dat grootschalige energieprojecten tenminste voor 90 procent in lokaal eigendom zijn en waarbij door de provincie wordt gestreefd naar volledig lokaal eigendom. Om dit doel te bereiken worden op korte termijn twee instrumenten ingezet. Een van die instrumenten is de verordening lokaal eigendom bij grootschalige energieprojecten en deze wordt voor besluitvorming voorgelegd aan de Provinciale Staten.
In de verordening Lokaal Eigendom bij grootschalige energieprojecten is vastgelegd dat producenten bij de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de productie van wind- of zonne-energie, zich dienen in te spannen om te komen tot 50 procent lokaal eigendom. Met een inspanningsverplichting kan de provincie voor het project toetsen of de producent zich heeft ingespannen om 50 procent lokaal eigendom te bewerkstelligen. De producent zal moeten aantonen hoe en wanneer zij energiegemeenschappen hebben benaderd en dat hij een realistisch aanbod heeft gedaan aan de gemeenschap om mede-eigenaar te worden van het grootschalige energieproject.