Aanpassen aan de klimaatverandering



Een gezonde en veilige leefomgeving. Daar werken wij als provincie Zuid-Holland aan. Daarbij gaat het al snel over vergunningverlening, toezicht en handhaving. Beetje abstract. Gelukkig werken er bij de Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten professionals die goed kunnen vertellen hoe de praktijk eruit ziet. En wat hen drijft. Graag laten wij ze aan het woord. Deel 3: de beleidsadviseur Bodem en Klimaatadaptatie van Omgevingsdienst Midden-Holland. Over stresstesten, groene daken en een bodem die sneller daalt dan de zeespiegel stijgt. Aan het woord is Bernd van den Berg.

“Dit jaar was het voorjaar extreem lang droog. En de lange hittegolf deze zomer was een record, met in Nederland 400 hittedoden. We merken dat het klimaat verandert. In 2018 stond klimaatadaptatie, het ons aanpassen aan het  veranderende weer, nog behoorlijk in de kinderschoenen. Over wat te doen bij wateroverlast was al goed nagedacht, maar over de aanpak van droogte en hittestress niet. Ik kreeg de kans mij daarmee bezig te gaan houden. Vanuit mijn achtergrond als bodemspecialist zag ik duidelijk aanknopingspunten, zoals waterbergende bodems, meer biodiversiteit en vergroening, ook van daken. Ik was de eerste binnen onze omgevingsdienst die dit werk ging doen; nu zijn we met z’n vieren.

In 2019 bleek dat de gemeenten een zogenaamde stresstest moesten doen om de knelpunten en mogelijke oplossingen in kaart te brengen. Die handschoen hebben wij opgepakt en we zijn met een aantal gemeenten in zogenoemde klimaatateliers aan de slag gegaan. In coronatijd zijn die digitaal geworden; dat was best even improviseren en aanpassen. Behalve de gemeenten hebben wij de waterschappen, boerenorganisaties, woningbouwverenigingen en de GGD erbij gehaald. Daar ben ik best trots op.

Met elkaar kijken we naar de indeling van de ruimte, hoe we meer groen in steden en dorpen kunnen krijgen, zeker ook in particuliere tuinen en op daken. Ook maken we toekomstscenario’s. Daarvoor werken we met modellen, om de ontwikkelingen in kaart te brengen en zo mogelijk voor te zijn. Ik woon in een zakkende wijk in Gouda en bij een regenbui van 10mm per uur staat er al water in de straat. In de stresstest gaan we uit van een bui van 70mm. Dat is wel drie keer de standaard rioolcapaciteit. Theoretisch valt zo’n bui niet vaak, maar het kan ook zijn dat die morgen valt. In Boskoop is in 2018 al een bui gevallen van 170 mm, in ongeveer 8 uur.

In onze regio hebben we behalve met weersextremen ook te maken met bodemdaling door inklinkend veen. Dan heb je het over 1 centimeter daling per jaar, dat is meer dan de zeespiegelstijging. We doen proeven met lichtgewicht ophoogmateriaal en ook met hoger grondwater. Daarbij hebben we te maken met een conservatieve bouwwereld en met weerstand. Toch moeten we met elkaar uit de ‘pilotstand’ komen en meer actie ondernemen. Mijn stelling is dat klimaatadaptatie loont, omdat niets doen later veel meer kost.

We zijn met verschillende gemeenten bezig met het maken van uitvoeringsplannen. Als er ergens een straat op de schop gaat, dan pakken we het riool aan. Er komen groene dakenplannen. Er zijn tuinambassadeurs actief die als inspiratiebron dienen. Stenen eruit, groen erin: operatie Steenbreek. Ook voorlichting is belangrijk. Veel mensen hebben geen idee hoe ze klimaatadaptieve maatregelen kunnen nemen. Als er een hittegolf is, kopen ze een airco. Had nou een boom in je tuin gezet!”