Thuis in het nabije landschap



Zuid-Holland, met name het verstedelijkte deel van de provincie, is zo snel veranderd en zal zo snel veranderen, dat begrippen als geborgenheid, thuis voelen, trots, ‘Zuid-Hollander zijn’, onder druk staan. De provincie moet verantwoording nemen om de zeer waardevolle landschappen van eeuwen oud die Zuid-Holland nog heeft, daadkrachtig te beschermen, liefst zonder deze compleet op slot te zetten. Een moeilijke evenwichtsoefening - te veel op slot zetten is een even groot verwijt als te veel toelaten. In sommige gebieden stapelen de opgaven zich zo op, dat de facto compleet nieuwe landschappen ontstaan. Die vragen om goed ontwerp, waarin ook een gevoel van geborgenheid gerealiseerd wordt. En hoe opereert de provincie in dat moeilijke tussengebied dat niet valt onder duurzame bescherming, waar voortdurend geknabbeld wordt aan bestaande kwaliteiten en waar geen duidelijk beeld is van een nieuwe, omvattende kwaliteit? Ik wil onderzoeken of het ruimtelijk-kwaliteitsbeleid, dat met de nieuwe Omgevingswet al volop in beweging is, hier adequaat in voorziet.

De aandacht gaat in Zuid-Holland maar al te makkelijk naar het dicht verstedelijkte gebied en het Groene Hart. Tijdens mijn fietstocht nam ik waar hoe op de eilanden en in de waarden eigenstandige opgaven spelen; waar ‘thuis in nabij landschap’ een andere betekenis heeft. Juist hier zijn de gemeentelijke herindelingen van de afgelopen jaren betekenisvol: de bestuurlijke organisatie zit nu dichter bij de landschappelijke organisatie. Ik zal graag Goeree-Overflakkee, Hoekse Waard, Voorne-Putten, Eiland van Dordt, Alblasserwaard en Krimpenerwaard bijstaan in het herdefiniëren van hun rol in het Zuid-Hollands toneel.

In het Landschapspark Zuidvleugel verbindt het concrete verlangen naar thuis voelen en geborgenheid zich met bos- en bomenbeleid, natuurbeleid voor de gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland, en de grote recreatiebehoefte vanuit de stad, binnen een kader van ruimtelijke kwaliteit. Hoe kan dat er op gebiedsniveau uitzien, bijvoorbeeld in de complexe schakel tussen Rottemeren en Bentwoud? Uitwerkingen voor dit soort deelgebieden zijn gaande. Als PARK wil ik, al was het maar voor de goede discussie, de grenzen van die uitwerkingen letterlijk en figuurlijk oprekken. Ik zal me ook opstellen als hoeder van de relatie tot het grote geheel: hoe wordt het Landschapspark sterker van deze deeluitwerkingen, en hoe wordt daarmee ‘trots op’ en ‘thuis voelen in’ gevoed?

Fietsend door Zuid-Holland zag ik nieuwe landschappen die me, terwijl dat in deze snel veranderende en volle provincie niet makkelijk is, toch blij maakten. De provincie Gelderland stelde 15 jaar terug de Gelderse prijs voor ruimtelijke kwaliteit in. Eens per twee jaar worden daarmee afgeronde projecten met kwaliteit in het zonnetje gezet. Los van of een prijs de beste manier is om dat te doen, wordt bereikt dat een gesprek over ruimtelijke kwaliteit wordt gevoerd tussen burgers, initiatiefnemers, opdrachtgevers, ontwerpers, ambtenaren, bestuurders. Met eenzelfde doel ben ik het project Groene Winnaars gestart om deze ‘blij makende’ landschappen in het zonnetje te zetten. Daarmee wordt ontworpen groen landschap getoond dat nu een brede waaier aan kwaliteiten heeft, en waar we ons aan kunnen hechten. De boodschap is dat we kwalitatief goed nieuw landschap kunnen maken, en verbinden met de grote opgaves waar de stad voor staat. Maar het project zoekt vooral ook verbinding met bewoners; hoe lezen, gebruiken en waarderen zij deze nieuwe landschappen?

Nationaal en provinciaal wordt veel aandacht besteed aan ‘bos- en bomenbeleid’. De zwakke kant in dat beleid is, dat het gaat over grote aantallen bomen en hectares bos, terwijl er te weinig geld of macht is om dat waar te maken. De individuele boom heeft in dat beleid een te marginale plaats. Er zijn in de afgelopen decennia talloze markante bomen gesneuveld. Zeker in Zuid-Holland missen we stoere bomen die in hun eentje landschap identiteit geven, schuilplaats bieden, verhalen binden. Ik wil in de komende drie jaar 100 vrijstaande bomen laten planten in het Zuid-Hollandse landschap met als voorwaarde dat ze een redelijke kans hebben om minstens 100 jaar te halen. Honderd bomen is een schijntje van wat we nodig hebben, maar met die eis dat ze ook echt reusachtig moeten kunnen worden, wordt het toch een uitdagende exercitie om dat voor 2023 te realiseren.