De verdichting van de steden als landschapsopgave



De provincie Zuid-Holland is al dicht bebouwd maar moet nog vele woningen bijbouwen. Er circuleren meerdere getallen, maar om het tastbaar te maken: Het gaat om een stuk of 50 woningen per dag, iedere dag, de komende decennia. Met de Verstedelijkingsalliantie zou een belangrijk deel daarvan in bestaand stedelijk gebied, van Dordrecht tot Leiden, vooral gekoppeld aan openbaar vervoerslijnen, gerealiseerd worden. Ik steun de lijn van Zuid-Holland om die nieuwe woningvoorraad in de stad te realiseren. Dat betekent dat er in delen van bestaande steden een aanmerkelijke verdichting moet plaatsvinden. Op strategisch niveau stelt dat meerdere vragen.

Uit landschapsoogpunt stel ik er twee centraal:

  • What’s next? De verdichting van de stad kent een grens; de druk op de Zuid-Hollandse woningmarkt lijkt onverminderd groot te blijven. Tegelijkertijd wordt op lange termijn, in het perspectief van een veranderend klimaat en zeespiegelrijzing, de bouwopgave steeds complexer. Hoe gaat de Deltametropool de tweede helft van deze eeuw in?
  • In de benadering van de Verstedelijkingsalliantie staat de openbaar-vervoersas Rotterdam-Leiden, ‘de oude lijn’, centraal. Er is opvallend weinig aandacht voor (letterlijk) de dwarsverbanden met het Landschapspark Zuidvleugel en de Nationale Parken Hollandse Delta en Hollandse Duinen. Die aandacht moet er wel gaan komen.

Ik zie voor de provincie vanuit kwaliteitsoogpunt drie taken. Ik zal met die ogen kijken naar de verstedelijkingsstrategie die de provincie momenteel opstelt. Ten eerste moet ze bevorderen dat de verdichtingslocaties nieuwe stadslandschappen worden die klimaatadaptief, aantrekkelijk voor plant en dier, energetisch slim, multifunctioneel, gelaagd en ruimtelijk aangenaam zijn. Ten tweede kan de provincie zorgen voor aantrekkelijke, veilige, landschappelijk interessante verbindingen naar buiten. En ten derde draagt zij zorg voor verwelkomende, ruime gebieden buiten de stad, en mooie routenetwerken tussen die gebieden. Ik voorzie een vergelijkende studie naar de kwaliteit van het landschap in de verdichtingslocaties van de verstedelijkingsalliantie en een (internationaal) ontwerpatelier dat met suggesties komt om de lat nog hoger te leggen.

Het Landschapspark Zuidvleugel, letterlijk op de kaart gezet door de vorige PARK Harm Veenenbosch, wordt nu voorzichtig omarmd als sturend concept voor de groene buitenruimte van de zuidvleugel. Dat verdient verdere uitwerking. Ik zie een opgave op de kaart en in realiteit. Het is nog niet helder genoeg hoe de verschillende onderdelen van het Landschapspark samenhangen, onderling en met het stedelijk gebied, en dan met name ook met de te verdichten gebieden. Nu en in de toekomst. De provincie kan door gebiedsuitwerkingen aan te sturen en door (letterlijk) verbindingen tot stand te brengen, een belangrijk aandeel nemen in hoe deze propositie zich in de werkelijkheid ontwikkelt.
De Nationale Bossenstrategie stuurt aan op 30.000 hectare nieuw bos; er is dus alle reden ook in Zuid-Holland te kijken hoe één of meerdere bossen van formaat kunnen worden ontworpen, in samenhang met het landschapspark en de verdichtingsopgave. Op concreet niveau gaat het ook om de vele lastige infrastructuurbarrières: Ik wil in een ontwerpatelier onderzoeken hoe die van hindernis tot hoogtepunt worden.