Beslissing op bezwaar van Coatinc Alblasserdam B.V. voor het opleggen van een last onder dwangsom inzake bedrijfsafvalwater
Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland heeft overeenkomstig het advies van de bezwarencommissie besloten het bezwaar van Coatinc Alblasserdam B.V. tegen een opgelegde last onder dwangsom gegrond te verklaren.
Aan Coatinc Alblasserdam B.V. is een last onder dwangsom opgelegd nadat bij een steekproefsgewijze bemonstering bleek dat de samenstelling van het afvalwater niet voldeed aan de geldende vergunningvoorschriften. In bezwaar wordt aannemelijk geacht dat het een incidentele overtreding betreft en dat er geen gevaar voor herhaling bestaat, zodat geen grond bestaat voor het opleggen van een last onder dwangsom ter voorkoming van herhaling. Het college van Gedeputeerde Staten herroept de eerder opgelegde last onder dwangsom, volstaat in plaats daarvan met het verzenden van een waarschuwingsbrief, en gaat over tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar.